DEEL 43. IN HET HOOFD VAN… DR. PARACETAMOL … DE VEEARTS.

Neurofren, Dafalgan, Paracetamol, we kennen ze allemaal. De
snoepjes, voor als het even mis loopt. Een pijn, hier en daar, hop,
en het is voorlopig weg. Soms nog wat ontstekingsremmers, en we
zijn er weer bovenop.
Iedereen heeft er hier wel vaker mee te maken ; het is ook het enige
middel om zijn klachten allerhande, tegen iemand deftigs te uiten.
Ook dat loopt mis. Natuurlijk wordt er geprobeerd te profiteren van
de medische dienst, en, zoals altijd, betalen de goeien het gelag.

 

Zij, die echt zorg nodig hebben, worden over dezelfde kam gescho-
ren. En ja, iedereen krijgt zijn paracetamolleke, maar geen echte
diepgaande analyse, van wat er gaande is. Ik noem het eerder een
E.H.B.O-post. De andere gedetineerden spreken over de veearts.
Nu, daar moet ik mee lachen.

 

Ikzelf mag niet echt klagen, maar ik moet heel hard vechten, om te
krijgen waar ik recht op heb, en waar ik nood aan heb. Een normale
behandeling. En soms loop ik wel eens over, omdat ik voel dat ook
hier de mens niet centraal staan, maar wel de gevangene, die cri-
mineel is, in hart en nieren.

 

Het komt soms heel hard over, en dat opnieuw voor hen die niet of
onvoldoende voor zichzelf kunnen opkomen. Mismeesterd, zeggen
de boeren dan.
En de boer, hij ploegde voort.

DEEL 42. IN HET HOOFD VAN …. DE NIEUWE MANNELIJKE CIPIER.

Je hebt het zeker al gelezen. De minister doet zijn uiterste inspan-
ning om nieuwe cipiers in dienst te nemen, een actie die meer dan
laat komt, maar je weel wel. Beter laat dan nooit. We hebben hier
in Gent dan ook, druppelsgewijs, er mogen van genieten. ( herin-
ner je de titel : ‘ ik ben verliefd ‘ ).

 

Maar nu is er een stop gekomen aan vrouwelijke nieuwe cipiers. Er
zijn ook terug mannen. We hadden het bijzonder genoegen, er re-
cent enkele te mogen leren kennen. Nu, kennen, wat is dat ?
Gelukkig moeten ze in vriendelijkheid niet onder doen voor hun
vrouwelijke collega’s. Nu, Marc, je weet wel, niet oordelen op het
eerste zicht. Neen, doe ik ook niet. Maar ik heb er een goed buik-
gevoel over. Soms voelt het gewoon goed aan.

 

Mensen, waarvan je moet zeggen, jawel, die pakt het goed aan.
Zullen ze slagen in mijn toegangsexamen van ‘ goede bejegening’ ?
Dat durf ik niet te zeggen. Maar de eerste goede stap is gezet. En,
zoals je weet, als je in de goede richting vertrekt, kom je dikwijls
goed aan.
Misschien één advies : ik mag niet meer praten over ‘den Beer-
schot’, als je tegenover ‘Den Antwerp’ staat. Nu ja, ook ik, als ‘Gan-
toise (AA Gent) supporter, heb mijn fouten.

 

Alle gekheid op een stokje, ik ben blij, er is uitzicht op iets moois,
weliswaar nog steeds binnen de beperkte mogelijkheden van de
Minister zijn budget. Het is niet allemaal kommer en kwel.

 

Heren, bewijs dat wij ook ‘zorgende’ kantjes hebben !

 

Marc Dendodo.

DEEL 41. IN HET HOOFD VAN ….. MIJN VERMOEID HOOFD.

Het is vandaag al de vijfde dag na elkaar dat ik onophoudelijk aan
het schrijven ben. Er is geen werk, geen bezoek, daar een virus – de
mazelen – onze wereld plat heeft gelegd. Ja, wat doe je dan ?  Je
frustraties afschrijven, het hoofd leegmaken. Ik kan er nog altijd niet
bij gaan leeg – liggen. Maar ik heb ook stress, heel veel stress.

 

Op dinsdag 13 juni kwam ik voor de commissie die diende te oorde-
len over mijn detentietraject, en over mijn kansen tot volledig herstel
daar buiten. De voorzitter beloofde mij uitspraak op vrijdag 23 juni.
We zijn vandaag 3 juli, en ja hoor, ik weet nog altijd van niets. Mijn
hoofd is zo moe van het piekeren. Wat ik ook probeer, ik ben ermee
bezig, en het maakt me nerveus. En niemand die me ook maar één
moment komt ondersteunen..

 

Maar goed, ik red me wel. Ik ben heel sterk als het op ‘afzien’ aan-
komt. Maar dan begrijp ik ook al diegenen, die het niet meer zien
zitten. Hun pillen opsparen, hun inboedel kapotslaan, hun hoofd te-
gen de deur bonzen, de chef uitkafferen… Elk heeft zowat zijn eigen
problemen, en je staat er zo alleen mee.. Een spiraal van frustraties,
waar amper hulp is.

 

Universiteitsstudies heeft men nodig om dit allemaal te bewijzen. Ik
zou zeggen, lees de blog van een vermoeid hoofd, die schrijver is
van The port to hell-o.

DEEL 40. IN HET HOOFD VAN… EUDAIMONIA OF ZELFMOORD.

De Griekse filosofen, stichters van onze moderne westerse demo-
cratie, hadden het er 2500 jaar terug al over. Eudaimonia ofte ‘ een
goed mens’ zijn, is de basis van gelukkig zijn. Ze gingen er dan ook
van uit, dat gelukkig zijn en eudaimonia, niet kon voor mensen die
alleen waren.

 

Mensen zijn groep ( sociale ) wezens, en langdurige afzondering
(solitair leven) is dan ook een status die geen aanleiding geeft tot
een goed mens zijn, minstens niet tot de kans er toe. We zouden
dit kunnen beschouwen als een schending van de mensenrechten.

 

Walter Van Steenbrugge had het er onlangs over in ‘De Afspraak’,
wanneer hij sprak over de situatie van gedetineerden in ons huidig
bestel. Hij omschreef het als volgt : je voelt je geen mens meer, ik
word er geweldig kwaad om. Het is een bron van talloze frustraties.

 

Hoe kan men spreken van re-integratie of re-socialisatie als men
de basis ertoe vermoord ? Dit zijn toestanden die sterk tegengesteld
zijn. We hoorden gisterenavond op het nieuws, dat een recente
studie van de universiteit Gent, uitwees, dat het bergaf gaat met de
gezondheid van onze gevangenen. Dat zelfs één op de vijf gedeti-
neerden, een zelfmoordpoging ondernam.

 

God, waar zijn we mee bezig ?

WIJ HEBBEN EEN NIEUW SPEELTJE, DE TAMTAM.

Je weet het wel, drie jaar en langer zaag ik over een gebrek aan
communicatie op elk vlak. Hetzij van gevangenis naar buiten ( so-
ciale contacten) hetzij binnen de muren zelf  ( informatie ). Het was
zoals nog in de tijd van het uithangborden in een gemeente. En
dit in een tijd van het snelle internet, al jaren aan een stuk.

 

Vorige week hebben ze hier de ‘muite’ (uithangbord) weggedaan,
er hing toch niet veel aan, de eet-menu’s, en heel sporadisch een
mededeling. Voor de rest stond alles in je huishoudelijk reglement,
dat oeroud was, en overruled door allerlei wijzigingen, die alleen
werden doorgegeven door de echo’s van de tamtam.

 

Maar er zou beterschap komen. ‘Prison Cloud’ via onze TV, naar
het voorbeeld van de gevangenis van Beveren, dat drie jaar open
is. De kabels liggen al twee jaar klaar, en de TV’s staan er ook
bijna twee jaar, tenminste als je een kabel hebt, na betaling. En ja
hoor, vorige maand heeft men enkele info kanalen geopend.
Wijzigingen, die na een paar weken vervangen werden door nieuwe
wijzigingen… en de oude nieuwe.. opnieuw door overlezing. En wat
met diegenen die geen TV kunnen betalen ? Die blijven onwetend.

 

Verwacht nu ook geen wonderen. De eet menu’s gelden telkens
voor een 10-tal dagen, en blijven 20 dagen staan, zo eten we in
de tweede sessie hetzelfde (?). Ja, Marc, niet zagen, alles heeft
kinderziektes.

 

Ik zou nog eens moeten terugkomen in 2050, misschien zal Prison
Cloud voor iedereen gratis werken. Dan pas is er communicatie. Di-
rectie, mooi voor de eerste stap, het is de moeilijkste.
Maar een kind kan gemiddeld lopen rond één jaar. Hier heeft het
drie jaar geduurd. Ja, het systeem hé.
Vive de minister.

DEEL 39. IN HET HOOFD VAN… EEN COUREUR.

Ja, het is weer zover. De ronde van Frankrijk. We zijn er allemaal
van in kennis. Je kan er niet naast kijken. Eén van de grootste sport-
evenementen in West-Europa. Het spreekt tot de verbeelding van
elk sporthart. Vorig jaar gaven we u elke dag een kort rittenverslag.
Dit herhalen we niet. Slechts enkele sporadische woorden proberen
we u mee te delen, gewoon omdat ons hart ervan overloopt.

 

Merckx en zijn vele volgers hebben een speciaal plaatsje in ons
hart. We hebben ons vandaag bij de opening in Düsseldorf ( D) eens
verdiept met te kijken in het hoofd van die renners, terwijl ze aan het
koersen zijn. Wij zien de koers totaal anders dan de renners zelf.
Wij denken dat koersen een soort vakantietrip is, en vooral in een
ronde zoals Frankrijk bijvoorbeeld. Maar een echte renner is tijdens
de koers daar niet mee bezig. Het is wat leeg daar binnen in zijn
hoofd.

 

Die man is maar met één zaak bezig. Wielen, ja, het achterwiel van
zijn voorganger, en zijn voorwiel. Zij zijn gefixeerd op  ‘ opletten ‘ en
hun ‘ veiligheid ‘. Denken hoe ze meekunnen met een ander, en
sporadisch pogen te ontsnappen aan die anderen. Zij zien alles
wat rondom hen aan het gebeuren is amper. Vraag hen niet naar
merkwaardigheden die in de massa gebeuren, het landschap.

 

De bergen voor hen, zijn geen mooi, fraai landschap, maar hard
labeur, een helse opdracht waar ze over  ‘moeten’. We houden
allebei van koersen, de renner, de supporter, maar ons hoofd denkt
er zo anders over.
Je kan het zowat vergelijken met een gevangene, en jullie buiten,
we denken er beiden zo anders over.

 

DEEL 38. IN HET HOOFD VAN…. ANGEL.

Angel is soms verloren in haar hoofd. De eindeloze routine, maakt
dat ze soms niet meer weet welke dag het is bij het opstaan. Er-
ger nog is het eindeloze hopen en wachten. Je verliest niet alleen
je hoofd, maar ook het noorden. Alles is wel goed bedoelt, maar
veel is ook meestal hetzelfde ‘ goede bedoelingen ‘, en daar blijft
het bij. Maar wat wil je, mensen die zelf niet gemotiveerd worden
door hun bazen, hoe zouden ze de stiel leren om ons te motiveren?

 

En dan die ‘ ups and downs ‘. Wat vandaag zus is, is morgen zo.
Wat vandaag goed is, is morgen slecht. Er zullen wel redenen voor
zijn, maar aub. leg het me eens uit ? Ik kan luisteren, ik ben bereid
me aan te passen. Maar h e l p me minstens op het goede spoor.
Neem tijd voor me. Zeg me waarom zoveel dingen zo ingewikkeld
lijken, zodat ik het niet begrijp. Maar je hebt nooit tijd.

 

Het gaat echter wel over mijn toekomst. Ik wil wel, maar alleen is
niet gemakkelijk. Ik heb zoveel in mijn hoofd, dat ik kwijt wil aan
mijn vrienden, familie, aan jullie, lezers. Maar ik heb vooral veel mui-
zenissen. Piekeren noemen de sociaal werkers dat. Zet het van je
af, is hun antwoord. Maar dat is rapper gezegd dan gedaan.. ik ben
zwak, en versterken, alleen tussen die muren, moet je wel een heel
sterke zijn.

 

En ja, ik geef toe, dat is niet aan mij besteed. Maar een beetje hulp
zou altijd welkom zijn, en mij een spoorslag geven om de juiste weg
op te gaan. Stap voor stap mijn hoofd leegmaken, en opvullen met
frisse gedachten. Met toekomstbeelden. Ik heb je nodig, en daarom
mag je ook in mijn hoofd kijken.

DEEL 37. IN HET HOOFD VAN… MIJN ARME HOOFD.

Ik mis zoveel. En wat ik mis ik dan ? Kennis. Dag aan dag word ik
me meer bewust van mijn onkunde. Er is nog zo heel veel waar
ik niets van af weet, of heel weinig. En dat maakt me wel wat droe-
vig. Als ik bepaalde mensen bezig zie, of hoor op TV, denk ik soms:
hoe onthouden, hoe weten die dat allemaal ?

 

En ik wil dit ook kunnen, en ik lees, en ik lees, maar het lijkt net
alsof hoe meer ik lees, hoe meer er te lezen valt. Ik voel me zo
armoedig aan woorden, aan kennis, aan uitdrukkingsvermogen. Ik
wil zoveel meer, maar voel me zo beperkt. Alleen al het hier zitten,
ook al zijn er ook wel wandelingen ( tijd ), is zo beperkend.

 

Denk maar aan off-line zijn, niet de kans hebben om via internet
de wereld te verkennen. Denk maar eens na, hoeveel keren per
dag we allemaal internet gebruiken. De snelle informatica, commu-
nicatie, socialisatie. Ja, tijd is er wel genoeg. Maar wat doe je met
die tijd ? TV-hangen, lummelen, nutteloos werk verrichten. Kortom
niets, of weinig dat passend is in een moderne maatschappij.

 

Dit is voor mij nog zo een punt om te zeggen, dat de huidige vorm
van straffen, zo ouderwets en negatief is. Hoe kan men een gede-
tineerde afsluiten van het internet, iets wat de hoofdzaak geworden
is in een normaal bestaan ? Goed, er zijn mensen die dit misbrui-
ken, maar dan nog kan men beperkingen invoeren.

 

Wanneer zal Justitie overgaan tot een individuele benadering van
zijn klanten ? Ondoenbaar reageren de meesten. Niet juist, is mijn
antwoord. Alles opnieuw is afhankelijk van je project, van je prio-
riteiten. Maar voor onze regering liggen de prioriteiten nog bij de
hamer en beitel.
Nu, daar kan je mooie sculpturen mee maken.

DEEL 36. IN HET HOOFD VAN…. EEN GEVANGENEHATER.

Oei, wat een moeilijk onderwerp ! En bestaat dit wel ? Wat is iemand
haten ? Het is vast en zeker een emotie, en je zou het ook omzich-
tiger kunnen uitdrukken. Een zekere afkeer hebben, geen sympathie
hebben, geen empathie willen voelen. Ik zeg wel ‘willen’, ttz. niet –
willen.

 

Maar wie zijn ze ? Wel, het zijn burgers, die hier werken. We noe-
men ze voor het gemak cipiers, de penitentiaire beambten. Alvorens
verder te schrijven, want het moet echt wel van mijn hart : ze vor-
men geen meerderheid. Maar, ze zijn er. De mensen die vinden dat,
we , datgene wat we gedaan hebben om hier te komen, maar niet
hoefden te doen. En het vervolg is,  ja, dan hadden ze zichzelf alle
miserie uitgespaard !

 

In dat laatste hebben ze gelijk. En eigenlijk ook in het eerste. Maar,
dan blijft de grote vraag, in hoeverre doet iemand vrijwillig wat hij
doet ?  Of doet hij wat hij doet, omdat hij is, wie hij is. Een mens
met gebreken, die misschien zelfs niets met dat  ‘ zijn ‘ te maken
heeft. Wie zegt dat hij niet zo geboren is, wie zegt dat hij mal-chance
heeft gehad, door te leven waar het leven minder kansen gaf.

 

En zelfs, als hij dan verantwoordelijkheid draagt voor een al of niet
belangrijk stuk, is miserie dan zijn verdiende lot, en zal die miserie
iets bijdragen aan een beter mens ? Zal die miserie iets bijdragen
aan een beter leven voor jou die zo over hen denkt ?

 

Neen, lieve lezer, ik hoorde dit nog maar een paar keer deze week,
en het trof me diep. Ik begrijp de reactie in het heetst van de strijd,
maar pas daar mee op. Zo dienen we niemands zaak.

DEEL 35. IN HET HOOFD VAN…. MIJN VOORGANGER.

Ja, ik hoef u dit niet te vertellen. Ik heb veel, heel veel tijd. En soms,
en dit is uiterst zeldzaam, gebruik ik dat al eens om na te denken.
Iets dus  ‘na’ het denken… het laatste is al twijfelachtig bij mij, dus
in hoeverre zit het dan goed met het  ‘na’-denken.

 

Bij één van die oefeningen, had ik het over mijn voorganger, of –
gers. Wie zat hier al allemaal, op dezelfde plaats als ik. De gevan –
genis staat hier al meer dan honderdvijftig jaar. En als iedereen
zo gemiddeld drie jaar hier verblijft, en zo een tien keer gemiddeld
verhuisd in de loop van zijn carrière, hebben hier al 500 man gelo-
geerd, zonder de grondliggers, nog eens zoveel, dat maakt mini-
maal duizend man, op één cel.

 

Hoe afgeleefd moet die cel wel niet zijn ? Maar, laat ons zeggen :
dat valt best mee. Alle dertig jaar eens herschilderen of een nieuw
vloerke in tegeltjes, en hopla.. nieuw leven. Maar wat hebben de
muren gehoord en gezien van miserie ? Je kan het niet beschrijven.

 

Als ik adem, ruik ik nog altijd de geur van de verdamping van bit-
tere tranen. Als ik voel, dan voel ik de trillingen van onmacht, die
een geworden zijn met deze betonnen constructie. Als ik luister,
hoor ik het schreeuwen en vloeken van zovele gefrustreerden. En
als ik denk, dus ja na-denk, dan denk ik aan alles wat die mensen
verkeerd gedaan hebben. Steeds maar opnieuw !

 

240.000 mensen, alleen al in Gent.. wat is dat toch met onze maat-
schappij ? Wanneer pakken we dit anders aan, wanneer lossen we
dit op ? Stop aan het geschreeuw, aan die onmacht, aan die tranen,
maar stop ook aan al dat veroorzaken van onheil.
Zorg en preventie zijn de sleutels tot het openen van de sloten.
Ik heb nagedacht !