DEEL 36. IN HET HOOFD VAN…. EEN GEVANGENEHATER.

Oei, wat een moeilijk onderwerp ! En bestaat dit wel ? Wat is iemand
haten ? Het is vast en zeker een emotie, en je zou het ook omzich-
tiger kunnen uitdrukken. Een zekere afkeer hebben, geen sympathie
hebben, geen empathie willen voelen. Ik zeg wel ‘willen’, ttz. niet –
willen.

 

Maar wie zijn ze ? Wel, het zijn burgers, die hier werken. We noe-
men ze voor het gemak cipiers, de penitentiaire beambten. Alvorens
verder te schrijven, want het moet echt wel van mijn hart : ze vor-
men geen meerderheid. Maar, ze zijn er. De mensen die vinden dat,
we , datgene wat we gedaan hebben om hier te komen, maar niet
hoefden te doen. En het vervolg is,  ja, dan hadden ze zichzelf alle
miserie uitgespaard !

 

In dat laatste hebben ze gelijk. En eigenlijk ook in het eerste. Maar,
dan blijft de grote vraag, in hoeverre doet iemand vrijwillig wat hij
doet ?  Of doet hij wat hij doet, omdat hij is, wie hij is. Een mens
met gebreken, die misschien zelfs niets met dat  ‘ zijn ‘ te maken
heeft. Wie zegt dat hij niet zo geboren is, wie zegt dat hij mal-chance
heeft gehad, door te leven waar het leven minder kansen gaf.

 

En zelfs, als hij dan verantwoordelijkheid draagt voor een al of niet
belangrijk stuk, is miserie dan zijn verdiende lot, en zal die miserie
iets bijdragen aan een beter mens ? Zal die miserie iets bijdragen
aan een beter leven voor jou die zo over hen denkt ?

 

Neen, lieve lezer, ik hoorde dit nog maar een paar keer deze week,
en het trof me diep. Ik begrijp de reactie in het heetst van de strijd,
maar pas daar mee op. Zo dienen we niemands zaak.
Advertisements