Brieven uit de gevangenis (blog)

Eerste hongerstaking in PI Beveren

Sinds Paasmaandag 2015 greep een gedetineerde in PI Beveren resoluut aan de noodrem om zijn grieven kenbaar te maken bij de directie. Omdat hij niet gehoord werd, koos hij voor deze drastische aanpak. Hij is in een volledige hongerstaking en drinkt enkel nog een paar glazen water per dag. Iedereen weet het, maar desondanks komt er geen reactie vanuit het centraal beleid. Wat is de motivatie langs beide kanten? We volgen het dossier van dichtbij op en brengen u binnenkort op de hoogte met meer nieuws!

De redactie van Port-to-Hell-o, Beveren, 19 april 2015

Gevangenissen: spiegel van onze samenleving

Het artikel ‘Gevangenissen: spiegel van onze maatschappij’ uit 2013 van Olivia Rutazibwa (Bron: http://www.mo.be) haalt heel wat pijnpunten aan waar wij vandaag de dag ook nog steeds mee te maken hebben. Daarom willen we het hier graag met u delen.


In de Verenigde Staten nam sinds de ‘War on Drugs’ in de jaren tachtig van de vorige eeuw het aantal gevangenen astronomisch toe. Veelal gaat het om armen en Afro-Amerikanen. Ook de privatisering van gevangenissen, het opsluiten van jongeren en wrede behandelingen zoals langdurige eenzame opsluiting worden door tegenstanders aangeklaagd. MO* magazine polste bij Luk Vervaet hoe het België en Europa intussen vergaat. Vervaet was vele jaren leraar Nederlands in Belgische gevangenissen. Hij is actief bij Egalité rond het Belgisch gevangeniswezen en politieke gevangenen.

Gaan we in België en Europa ook richting Amerikaanse toestanden?

De specifiek Europese manier van gevangenen behandelen en rechtspraak is aan het verdwijnen. Gezien de mondialisering denk ik niet dat we kunnen verwachten dat ook de behandeling van gevangenen geen mondialisering ondergaat. Op een gegeven moment is er een bepaald model dat overal ingang vindt. Aangezien het dominant model, zowel economisch als politiek, het Amerikaans model is, zie je dat ook hun gevangenissysteem en de manier waarop zij met delinquentie, criminaliteit en politiek verzet omgaan, zijn weg baant op het Europees continent.

Hoe vertaalt die Amerikanisering zich concreet bij ons?

Er zijn verschillende elementen. Zo is er de massale opsluiting van mensen. Vermits we in België maar een klein landje zijn, zie je dat natuurlijk maar op kleinere schaal. In landen als Groot-Brittannië en Frankrijk is het duidelijker. In België zagen we een verdubbeling van de gevangenen. In 1980 waren er 5000, in 2013, 12.000. Dat is meer dan een verdubbeling, en er lijkt geen einde van deze trend in zicht.

Daarnaast is er ook op alle vlakken een harder strafbeleid. In tegenstelling tot wat mensen denken, zijn de straffen zeer streng en veel langer dan vroeger. Het aantal straffen boven de drie jaar is enorm toegenomen. Ook het aantal daden dat gecriminaliseerd wordt neemt toe. Een klein voorbeeld daarvan zijn de GAS-boetes.

Een ander aspect is de explosie van het aantal gevangenissen. In België gaat men er meer dan tien bijbouwen. Ditzelfde fenomeen zie je ook in de grote Europese landen.

In de VS ging de exponentiële groei van gevangenissen gepaard met privatiseringen en begon met te spreken van de ‘prison-industrial-complex’: een gedeeld belang tussen politici en de industrie om het gevangeniswezen te doen groeien. Zien we dit in België ook?

Het is er ook bij ons, al is het niet zo manifest. Minister De Clerck haalde zelf economische argumenten aan toen hij de bouw van nieuwe gevangenissen bepleitte. Hij zei dat een gevangenis van 440 plaatsen 500 jobs creëert voor minstens 100 jaar. Je hebt dus economische en commerciële belangen voor de gemeenten die een gevangenis bouwen.

Ten tweede zullen er met het masterplan dat nu op tafel ligt voor het eerst in de Belgische geschiedenis gevangenissen gebouwd worden door privé-maatschappijen. Die zullen op hun beurt beheerd worden door de DBFM formule: design, build, finance and maintain. Dat wil zeggen dat de overheid, in tegenstelling tot vroeger een gevangenis huurt.

Bij ons blijft het personeel, anders dan in enkele Britse en Amerikaanse situaties, wel van de overheid. Het is interessant om dan eens te kijken wie daar allemaal geld mee verdient. Bedrijven als Dexia Bank en Sodexo Belgium zitten daar bijvoorbeeld bij.

Een andere kritiek op de ‘prison-industrial-complex’ is dat het gevangeniswezen goedkope arbeidskrachten zou leveren aan bedrijven.

Vroeger dienden gevangenissen echt als werkhuizen. Mensen werden klaargestoomd om in grote industrieën te werken, omdat er veel werkkrachten nodig waren. Nu echter is er geen werk en je krijgt situaties waar gevangenen voor een paar euro normaal werk uitvoeren zonder ziektevergoeding of dat dat meetelt voor het pensioen. Dat is compleet illegaal.

De overgrote meerderheid echter werkt niet, doet niets. De gevangenis wordt dus een volledig nutteloze plaats. Het bevolkingsoverschot waar men niets mee weet te doen, heeft men in de gevangenis gestopt.

De War on Terror heeft veel van de Amerikaanse geschiedenis bepaald. Is dat ook iets dat bij ons speelt?

De oorlog tegen het terrorisme is al tien jaar aan de gang – dubbel zo lang als de twee wereldoorlogen – zonder duidelijk front, perspectief of einde. Dit heeft een verschrikkelijk negatief effect gehad op veel dingen, ook op de binnenlandse situatie.

Het erge aan Guantanamo bijvoorbeeld is niet zozeer enkel het feit dat dat kamp bestaat, het gaat vooral om het symbool. Het feit dat je mensen kan kidnappen, vernederen met oranje uniformen en zwarte maskers, dat je hen kan waterboarden, folteren en onbeperkt vasthouden zonder enige vorm van proces,… die mentaliteit heeft onvermijdelijk een effect op hoe we mensen in het algemeen behandelen.

Als ik er van uit ga dat folteren efficiënt is voor terroristen, waarom zou het dan niet zijn voor anderen? Het heeft een zware invloed gehad op ons denken en vooral op onze tolerantie van de pijn die we elkaar berokkenen. Als er niet minstens levenslang of dertig jaar wordt gegeven, dan is men tegenwoordig al niet meer tevreden. We hebben dingen in Belgische gevangenissen gezien die zich duidelijk inspireren op wat er in Abu Ghraib gebeurde. Er is het incident in Vorst geweest, aangeklaagd door het Comité ter Preventie van Foltering. Vanuit een situatie van oorlog zie je dus dat er een mentaliteit is die in onze samenleving penetreert. Het symbool Guantanamo zal heel moeilijk terug te herstellen zijn. We zijn heel ver teruggegleden sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen men dacht dat dat allemaal achter de rug was.

Vaak leeft bij ons het gevoel dat we niet zo actief deelnemen aan die War on Terror. Tegelijkertijd bent u iemand die zich inzet voor mensen als Ali Arras, die jullie als politieke gevangenen van deze oorlog zien.

Het Westen heeft een houding aangenomen waarmee het de handen zelf niet te vuil maakt in deze War on Terror. Bij ons wordt er niet gefolterd. Men heeft de Arabische landen gebruikt als een vorm van outsourcing. Dit geldt zeker voor Marokko, dat door de Amerikanen is gebruikt als tussenbasis tussen Pakistan en Guantanamo. Maar dat geldt ook in het geval van Belgo-Marokkanen zoals Ali Arras of in de zaak Beliraj, waarin België informatie heeft gegeven, en op geen enkele manier wil tussenkomen in zaken die duidelijk illegaal zijn, zoals de uitlevering van Arras door Spanje aan Marokko.

De Mensenrechtencommissie van de VN had duidelijk gevraagd om dat niet te doen omdat men vreesde voor een foltering. België was gevraagd om hierin tussen te komen, want het zijn Belgen, – die mannen hebben een identiteitskaart zoals jij en ik. Arras verdween twaalf dagen van de aardbodem en was uiteindelijk effectief gefolterd.

Toen hij terug kwam bovendrijven had hij een papier ondertekend waarvan hij niet eens precies wist wat er op stond. Wij hebben toen aan België gevraagd om eerst en vooral te zoeken waar hij was. Dat hebben ze niet willen doen. Toen we hen vroegen om op zijn minst zijn foltering formeel aan te klagen wilden ze dat ook niet doen omdat er geen bewijs van foltering was.

Vandaag heeft de rapporteur van de VN, Juan Mendéz, bevestigd dat er effectief sprake was van foltering. Nu zijn we opnieuw naar de Belgische overheid gegaan, maar die willen er zich nog steeds niet in mengen omdat het om een Belgo-Marokkaan gaat en hij dus twee nationaliteiten heeft. Als je er echter de Conventie tegen Foltering op naslaat, is dat een argument dat vervalt als er effectief sprake is van foltering en ben je verplicht om het met alle middelen tegen te gaan.

Welke processen, naast de War on Terror geven mee vorm aan ons gevangeniswezen vandaag?

Je hebt ook de economische crisis. Alle statistieken wijzen er op dat tijdens een economische crisis ook het aantal gevangenen toeneemt. In de jaren tachtig waarover ik het daarnet had, waren er maar 70 000 werklozen, nu spreken we over een miljoen werklozen. In de Brusselse volkswijken is er een jeugdwerkloosheid van veertig tot zestig procent. Dat zijn Spaanse of Griekse toestanden. Een ander element is dat de strijd tegen de criminaliteit meer een politiek dan een gerechtelijk discours is geworden. Wie voor de harde aanpak van criminaliteit staat, wordt gegarandeerd verkozen. Je ziet dat thema terugkomen bij extreem rechts uiteraard maar het is ook opgenomen door de traditionele partijen tot en met links of extreem links. De media doen hier ook aan mee. Criminaliteit is een ‘topic’, het is voorpagina nieuws. De rol van het gerecht wordt in feite meer en meer door de media en de politici opgenomen.

Criminaliteit is op zich iets van alle tijden en had dus altijd al zo kunnen ingezet zijn geweest. Waarom is het iets dat vandaag precies zo wordt gebruikt?

Het gaat om de staat. Die blijkt hoe langer hoe minder capabel om wat dan ook op te lossen. Op sociaal en economisch vlak zijn overheden volledig lamgeslagen. Wordt er een fabriek van het ene naar het andere land verkast zeggen ze dat ze daar niets aan kunnen doen. Is er een bankencrisis, dan kunnen ze daar niets aan doen behalve de bevolking vragen om de rekening te betalen. De sociale rol van de staat, de welvaartstaat verdwijnt meer en meer. De functie die in de plaats komt is de politiefunctie. Daar zie je dat de staat wel punten mee kan scoren. Tegelijkertijd zie je dat er tegen bepaalde criminelen, zoals de banksters – je hebt gangsters en banksters – die miljoenen mensen en hele landen in de miserie stortten, niets wordt gedaan. Dat is revolterend. Toen ik in de gevangenis werkte, zag ik alleen maar arme mensen. De rest ontsnapt er gewoon aan.

In de VS vloeit er veel inkt over de etnische samenstelling van de gevangenissen, die naast armen vooral Afro-Amerikanen huist. Is dat iets dat bij ons ook speelt? 

Absoluut. De gevangenisbevolking is totaal veranderd van kleur. Er is een oververtegenwoordiging van mensen met een migratie achtergrond. Wat gebeurt met de zwarten in Amerika die je gebeuren met migranten in Europa. Men probeert het voor te stellen alsof het om echte buitenlanders gaat. Dat is echter niet waar. 44 procent van de gevangenen zijn zogenaamd buitenlanders, maar uiteindelijk zijn maar 1450 van die 4986 zogenaamde buitenlanders ook echt buitenlanders. Indien de opsluitingsgraad 65 is op 100 000 inwoners, dan is die 316 bij migranten. De recidive van 44 procent in onze gevangenissen toont daarnaast hoe succesvol het allemaal is. De bevolkingsdichtheid in de Belgische gevangenissen is bovendien groter dan die in Frankrijk of Nederland. Als die 108 op 100 plaatsen is in Frankrijk, is die 111 in België en 92 in Nederland.

Is het dan niet goed op korte termijn dat er meer gevangenissen worden gebouwd?

Dat is de logica van de lekkende kraan waaronder we in eerste instantie een kopje zetten, daarna een emmer, een bad en uiteindelijk een heel zwembad. Terwijl we misschien gewoon de kraan moeten repareren. Hier komen we terug bij de staat. We hebben niet meer gevangenissen nodig, we hebben scholen nodig, ziekenhuizen, woningen en werk. Dat is uiteraard moeilijker te realiseren dan een gevangenis bouwen. Dat is de hele discussie over scholen, woningen, werk en ziekenhuizen of gevangenissen. Het gaat niet om én, maar om het één of het ander.

U volgt dus mensen als Angela Davis die zichzelf als abolitionisten zien, en helemaal komaf willen maken met het gevangeniswezen.

Ik ben abolitionist in de zin dat ik me geen illusies maak. De idee dat we geen gevangenissen nodig hebben is iets dat op dit moment niet in de publieke opinie kan binnendringen. Ik ben het eens met mensen als Angela Davis dat als je bepaalde dingen in het gevangeniswezen wil humaniseren, je tot de conclusie komt dat er dingen zijn die niet te humaniseren zijn. Dat wil niet zeggen dat ik voor straffeloosheid ben. Ik ben het er mee eens dat er bepaalde mensen zijn die je niet in de samenleving kan loslaten. Dit gaat echter om een extreme minderheid. Voor de rest denk ik dat het gaat om zorg of straf. Het is niet dat er geen straf moet zijn, maar er moet vooral zorg zijn. In de gevangenis heb ik vooral mensen gezien met heel veel problemen, fysieke en psychische. Men kan hen allemaal opsluiten, de druggebruikers, verkrachters en incest plegers, maar misschien is er ook een sociaal of seksueel of ander probleem op te lossen. In de gevangenis is er geen zorg, enkel straf.

Is het dan een positieve evolutie dat we vandaag bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan het alternatief van de elektronische enkelband?

Ik zie een uitbreiding van de gevangenis in de maatschappij. Enkelbanden zijn daar een voorbeeld van. Men zit dan nog altijd in dezelfde logica. Gevangenissen anno 2013 zijn een symbool van hoe we willen dat het er binnen onze samenleving aan toe gaat. In sommige rechtbanken heb je de indruk dat je al in de gevangenis zit. Er zijn mitraillettes en dergelijke. Vroeger was dat er helemaal niet. Nu zijn rechtbanken bijna een verlengstuk van de gevangenis. Zelfs in shoppingcenters zie je overal camera’s, privébewaking, alarmen die bij het minste afgaan. Die ideologie van de gevangenis breidt uit. In Engeland zijn ze na de enkelband overgegaan tot de control orders. Dat zijn mensen die thuis werkelijk in de gevangenis leven. Zijzelf, maar ook hun familie. Kinderen die hun computer niet mogen gebruiken omdat papa niet op het internet mag. Dat kennen we hier nog niet, maar dat zijn dingen die komen. De fundamentele discussie gaat over welke weg we uiteindelijk willen opgaan: een sociale welvaartstaat of een repressiestaat? Daarna kunnen we ons de vraag stellen hoe delinquenten dan het best worden aangepakt.

Kom je in je werk haalbare alternatieven tegen voor het bestaande systeem?

Ik werk veel met mensen als Jean-Marc Mahiy. Hij is een ex-gedetineerde die bijna negentien jaar heeft gezeten. Hij was verwikkeld in een zaak waarbij twee mensen zijn omgekomen. In september 2013 beëindigt hij zijn voorlopige vrijlating. Hij is tien jaar geleden vrijgelaten en heeft in die tijd enorm veel geïnvesteerd in de jongeren. Hij gaat getuigen, maakte een toneelstuk ‘Un homme debout’, en stampte een project uit de grond ‘Revrivre’, samen met Jean-Pierre Malmendier, een man wiens dochter samen met haar vriend verkracht ren vermoord werd. Dader en slachtoffer dus. Hun bedoeling is, – en het gaat hier over zeer zware zaken, wat voor driekwart van de gevallen niet eens geldt -, om een soort herstel in gang te zetten. Malmendier, die onlangs overleed, was voormalig MR senator. Na de dood van zijn dochter lanceerde hij een petitie voor onsamendrukbare strafmaatregels. Hij had meteen 250 000 handtekeningen. Achteraf is hij tot het inzicht gekomen dat wraak een mens kapot maakt en dat je iets positief moet proberen te doen. Het gaat niet noodzakelijk over vergeven, maar een poging om iets nieuws te creëren. Zo zijn er talloze voorbeelden van goede projecten, maar vaak vinden ze de middelen niet om hun project naar behoren te doen.

Waar moeten we beginnen als we vandaag iets aan het gevangeniswezen willen doen?

Voor mij is de ommekeer van het gevangeniswezen een kwestie van een ommekeer in de maatschappij. Op dit ogenblik denk ik niet dat we de tendens kunnen stoppen zolang de maatschappij niet van koers verandert. Verenigingen, organisaties, drukkingsgroepen en vakbonden zouden het gevangenissysteem systematisch in hun werk moeten meenemen. Denk niet dat de wereld van de gevangenissen een geïsoleerde wereld is. Het is, in tegendeel, de kern van waar we in feite mee bezig zijn.

STOF TOT NADENKEN

Have a prison break!

Beste lezer,
Wij brengen u graag enkele bedenkingen over het leven door de ogen van Dieter, gevangene in Beveren.

• Het ware geluk binnen de muren bestaat slechts in de illusies die men zich daarover maakt…

• Een sprong voorwaarts doe je niet met beide benen op de grond…

• Eén van de nadelen van ‘haast’ is, dat het zoveel tijd kost!

• Het is soms goed om tijdens de algemene gevangenisvreugde stil te kunnen verdwijnen…

• Het gevaar van de regels binnen de gevangenis is, dat men vergeet waarom ze zijn ingesteld…

• Grijze hemelen en zware problemen zijn alleen maar wolken die voorbijdrijven…

• Het is de kunst, als je iemand verliest, om rouw niet te laten verworden tot verbittering…

• Het leven is eigenlijk helemaal niet kort, het is de tijd die te vlug voorbij gaat…

• Je leven binnen de muren is als kunst, je moet er elke dag opnieuw aan beginnen…

• Leer vooral luisteren: het is ook een kunst!

• Wie eerlijk op de dag terugkijkt, vergemakkelijkt de start van een nieuwe dag….

• Dat, wat aandacht krijgt, groeit…

Anekdotes uit de gevangenis

• Joris gaat bij Jef op bezoek en ziet dat hij een papegaai op cel heeft. Jef is binnenkort vrij en Joris wil Pipo overkopen. Jef vertelt dat het een “speciaal beestje” is. Als je zijn linkerpoot optilt, spreekt hij Duits. Til je zijn rechterpoot op, dan spreekt hij Frans!
Joris vraagt plots:’En… wat als je ze allebei optilt?’.
‘Kweeeék onnozelaar (in ’t Vlaams), dan val ik van mijne stok…. Kweeeéék!’

• Een ter dood veroordeelde mag op de dag van de terechtstelling nog een laatste wens doen.
‘Ik wil graag nog een kopje koffie’ zegt de veroordeelde.
‘Met suiker?’ vraagt de gevangenisdirecteur.
‘O neen, zeker niet!’ reageert de gevangene, ‘ik ben diabeticus!’

• Een ex-gevangene komt na een pelgrimsreis naar Lourdes aan de grens.
‘Hebt u iets om aan te geven?’ vraagt de douanebeambte.
‘Neen, helemaal niets’ antwoordt de man.
Voor de zekerheid opent de douanebeambte de koffer van de man. Hij vindt een grote fles in de vorm van een Mariabeeld.
‘En dit dan?’ vraagt de ambtenaar met de fles in de hand.
‘Dat is heilig wijwater uit Lourdes.’
Om zeker te zijn opent de beambte de fles, ruikt eens goed en zegt:
‘Dit is toch geen water, maar.. cognac!!’.
De pelgrim valt op zijn knieën en roept: ‘Een mirakel, een mirakel!’


Stemt tot nadenken:

•  We zullen er verder maar geen vruchtbaarheid aan geven…

• Dit kan behoorlijk uit de hand escaleren!

•  Ik heb me de ogen uit m’n zak staan schamen.

• We moeten wat dit betreft misschien een denkomslag maken.

• Dat moeten we binnen een paar weken op het potje van het management krijgen.

 

De 60plusser is de paria onder de gevangenen

60plussers worden harder gestraft dan jongere collega’s ! 

Minderheden mogen in ons land niet gediscrimineerd worden. Dit geldt voor alle groepen in de maatschappij maar niet voor gevangenen én zeker niet voor de 60plussers in de gevangenis. Ze zijn met 263, het aantal gevangenen in België dat voorbij de 60 is. Vroeger waren er bijna geen. Nu al iets meer, maar 263 gevangenen op ongeveer 11500 is nog steeds maar 2%. Een te verwaarlozen percentage, maar niet als het over mensen gaat, dan verwaarloost men niemand.

Maar niets is minder waar in België. Ook in de gedragsregels wordt geen rekening gehouden met het feit dat 60plussers anders in elkaar zitten dan jongere mensen en dus ook andere noden hebben. De reactie van de meeste mensen is: “Dat hoort bij in de gevangenis zitten, leer het aanvaarden”. Dit is meestal ook de houding van zij die het voor het zeggen hebben, die er streng op toezien dat de regels opgevolgd worden en die niet bekwaam zijn om vanuit humanitaire redenen toch af en toe een beetje buiten de lijntjes te kleuren. Hoe vul je anno 2015 een ethisch verantwoord, maatschappelijk aanvaard én sociaal geslaagde strafvoering uit? Het is iets waarin België nog steeds niet slaagt. De grote vraag die men zich dikwijls stelt: waarom doen gevangenen moeilijk, ze zitten toch hun verdiende straf uit? Een mens doet pas moeilijk als hij het moeilijk heeft. In die crisis (wat gevangenschap wel degelijk is: weg van gezin, familie, vrienden, werk én een groot gebrek aan waardering en respect) heeft hij juist baat bij professionele psychologische assistentie. Er mag niet worden vergeten dat het afnemen van de vrijheid, de straf op zich is, waarin iedereen gelijk wordt behandeld. Maar voor de rest moet de staat instaan voor goede gezondheid van de gevangene, van lichaam én geest. En het is daar dat het schoentje knelt.

60plussers reageren totaal anders dan jongeren. In de gevangenis worden er voor jongeren allerlei activiteiten georganiseerd. Gezien een andere levenswijze vallen 60plussers hier steeds buiten. Je kan dan wel jong van geest zijn maar wat je ook wil, eens je de 60 voorbij bent, word je maatschappelijk als oud en vaak dikwijls ook als ‘afgeschreven’ beschouwd. Maar dit is niet alleen naar maatschappelijke norm zo, er is ook inderdaad fysiek en psychisch een enorm verschil tussen iemand van 25, 35 of zelfs 45 en iemand van 60. Ik probeer een aantal voorbeelden aan te halen die elk op zich misschien onbelangrijk lijken maar het is het geheel van al die kleinere zaken die er samen voor zorgen dat men anders is. Het is juist ook zo typisch voor ouder worden dat men meer belang hecht aan feiten die je levenskwaliteit belasten. Denk bijvoorbeeld aan het vele lawaai dat kinderen maken. Ook in de gevangenis kan je hier last van hebben en het kan sterk enerverend werken als kinderen roepen en rondlopen terwijl jij in een ernstig gesprek bent met je bezoek. In de gevangenis van Beveren is er een afgescheiden gedeelte voor ouders met kinderen maar ik mocht al verschillende keren ondervinden, terwijl er lege plaatsen waren in het kinderpaleis, dat ouders met hun kinderen in de grote zaal zaten en lawaai maakten. Ik vind dat dit niet kan uit respect voor de andere gevangenen en hun bezoek. Ouderen zijn meer gesteld op rust dan de meeste jonge mensen. Dit geldt zelfs niet enkel voor ouderen, ook hoog-sensitieve personen hebben hier veel meer last van dan minder-sensitieve mensen.

Rust is belangrijk en een basisrecht. In al zijn vormen, mentaal en fysiek. De “beat the bompaz-mentaliteit” bestaat alleen op tv en in “de boekskes”. Als je 40 jaar lang dag en nacht gewerkt hebt, verlang je regelmatig naar rust op alle gebied. De nood aan rust in je leven uit zich op verschillende manieren: het beluisteren van klassieke muziek, het bekijken van rustige documentaires op televisie, lezen, mijmeren, schaken, een diepgaand gesprek voeren,… Van dit alles is er in het gevangenisleven niet zoveel voorradig. Er is bijvoorbeeld bijna geen mogelijkheid om een discussie te organiseren, om bij elkaar op bezoek te gaan in de cel om een rustig gesprek te voeren of samen iets te doen (bv. schaken wanneer men hier zin in heeft). Momenteel bestaan er wel een aantal mogelijkheden maar deze zijn gecentraliseerd in het “opendeur-moment” van 19u tot 21u, net op het moment dat de tv-avond begint (o.a. het nieuws en andere interessante duidingsprogramma’s). Het “opendeur-moment” is ook als het ware het uitlaten van de duiven: er is veel beweging, veel geluiden, er zijn balspelen,… Dit alles samen zorgt ervoor dat er geen ideale sfeer is om op dat moment de nodige rust te vinden om bv. een ernstig gesprek te voeren. 60plussers hebben sowieso al wat meer neiging tot desoriëntatie wat betreft rumoer en geluid, zodat alles veel chaotischer overkomt en zodoende stresserend is.

Als je over rust spreekt, denk je ook aan fysieke rust. Je verlangt er al iets vaker naar om in je bed te liggen al was het maar om een stuk rustige muziek te beluisteren (doe ik bv. veel in de voormiddag) of een klein middagdutje te doen. In praktijk is het hier zo dat we op cel 56 keer gestoord worden door allerlei acties vanuit de organisatie. Hoe kan je dan tot rust komen… Gezien ik slaapstoornissen heb, vond mijn behandelende arts het medisch noodzakelijk dat ik medicatie neem om in te slapen en in diepe slaap-fase te raken. Indien ik niet voldoende goed kan slapen, werkt dit nog meer op mijn fysieke en mentale gezondheid. Welnu, gevangenen worden om het uur gecontroleerd: het licht gaat telkens aan hiervoor. Elke dag opnieuw gebeurt dit, hoe kan je in dergelijke omstandigheden tot rust komen? Dit in tegenstelling tot de richtlijnen van mijn arts. Het resultaat is alleen maar meer vermoeidheid, meer stress. Als je jong bent, heb je daar waarschijnlijk / vermoedelijk inderdaad minder last van. Voor mij is het een lijdensweg.
Daarnaast vernoem ik nog graag een aantal zaken, in willekeurige volgorde die ook mee spelen.

  • Bloeddrukproblemen en dan vooral een hoge bloeddruk, is een veelvoorkomend probleem bij 60plussers. Meestal is dit een gevolg van een slechter functionerend bloedvatensysteem, maar ook stress ligt hier vaak van aan de basis. De meeste gevangenen hebben verhoogde stress. Vooreerst omdat ze gevangen zijn en dus opgesloten zitten tussen vier muren. Daarnaast wind je je op in zoveel verschillende situaties waar je in het normale leven niet mee geconfronteerd wordt. Ikzelf heb nooit echt problemen gehad met een hoge bloeddruk. Ik had meestal 120/80 en vanaf aanvang van mijn gevangenschap is deze gestegen naar 160/100 – 180/110. Dankzij medicatie is mijn bloeddruk nu weer gedaald naar een bovendruk van 140 à 160 (wat nog steeds relatief hoog is). Ik sluit niet uit dat dit bij jongeren ook het geval kan zijn, maar vast staat dat het zeker op oudere leeftijd schadelijker is voor de gezondheid met meer medische risico’s aan verbonden.
  • Om verschillende redenen leef ik met een voortdurend angstgevoel. Ik heb een grote schrik om te sterven. Iets wat veel mensen met mij delen (en velen ook niet). Natuurlijk is het risico op overlijden op 65 hoger dan op je 35. Doordat ik in de gevangenis zit, heb ik een nog grotere schrik dan voordien omdat ik vooral ook schrik heb om IN de gevangenis te sterven. Dit komt ook door de mij opgelegde straf. Als je op je 25 15 jaar celstraf krijgt, lijkt dit lang, maar het is eindig. Als je buiten komt, heb je nog een toekomst en kan je nog iets met je leven doen. Als 65-jarige 15 jaar cel krijgen betekent dat je waarschijnlijk in je kist buiten komt, zeker als man (de gemiddelde levensduur van een man in België is 78 jaar). Welke levenskwaliteit is er dan nog? Wat is er in de gevangenis nog stimulerend om aan je toekomst te denken? Angst is er bij mij ook vanuit meer praktische overwegingen. Wat als er iets gebeurt: een hart- of herseninfarct bijvoorbeeld? Soms duurt het één uur vooraleer er reactie komt op het noodsignaal. Eén uur kan het verschil maken tussen leven en dood. Het zal je maar overkomen. En inderdaad, dit kan ook bij jongere gevangenen gebeuren, maar de kans is statischer gezien, veel kleiner.
  • Als je gezondheid van lichaam en geest nastreeft, dan is levenskwaliteit zeer belangrijk. Zo heb je als oudere bepaalde gewoontes opgebouwd in het leven die je graag behoudt. Er zijn zoveel dingen die ik hier kan aanhalen maar ik belicht hier één specifiek iets omdat ik er in de gevangenis wat belachelijk mee gemaakt wordt. Dit totaal ten onrechte omdat het niet gaat over wat, maar wel over de rigiditeit van het systeem. Ik schrijf veel, ik doe dit al mijn hele leven en wil daar niet mee stoppen. De gevangenis verbiedt me echter om meer dan 20 brieven per week te versturen want ik mag maximum 20 postzegels in mijn bezit hebben. Alhoewel het algemeen reglement correspondentie op geen enkele manier beperkt, wordt dit in de praktijk wel gedaan. De wet bepaalt dat de directie mag beslissen over afwijkingen op het bezit van aantal postzegels. De directie kan dus na aanvraag van de gevangene met een motivatie autonoom beslissen of er meer postzegels mogen bij gehouden worden. Na vijf maanden verzoek ben ik daar tot op vandaag nog steeds niet in geslaagd. De wet is de wet, antwoorden sommige directeuren. En dan het meest hilarische. Ik ben geen dronkaard maar een paar glazen lekkere wijn smaakten me wel. Alcohol is verboden binnen de gevangenismuren. Ik heb een verzoek ingediend om twee keer per week tijdens de bezoekuren één glas te mogen drinken. Ik werd een beetje weg gelachen. Men vergeet hier ook alweer dat rokers wél mogen roken binnen bepaalde richtlijnen. Ook diverse drugs raken binnen de muren van de gevangenis. Andere legale “drugs” en medicatie worden getolereerd om de gevangenen “rustig te houden”. Geen probleem voor mij, maar kan iemand mij uitleggen waarom ik geen glas wijn op aanvraag en binnen welbepaalde afspraken, zou mogen/kunnen nuttigen? Wat houdt mij dan kalm? Dergelijke zaken heb ik voor ogen als ik over levenskwaliteit spreek. Ik, en andere oudere mensen met mij, kunnen zich hier enorm over opwinden omdat er geen logica in het systeem zit. De nood aan enige zelfstandigheid is hoog. En hoe talrijker de irritaties, hoe hoger de frustraties.
  • Leven in gemeenschap staat kennelijk synoniem voor harde muziek in de cel van de overburen en het volledig negeren van elementaire beleefdheidsregels (vriendelijk begroeten, mensen laten voorgaan aan deuren, zich excuseren bij bepaalde zaken, lawaai maken door hard te staan praten,…). Er wordt gewoon geen rekening gehouden met alle partijen die in de “gemeenschap van gevangenen” aanwezig zijn. Zowel niet door de gevangenen zelf als door het beleid.
  • Waardering en respect

Directieleden houden helemaal geen rekening met je capaciteiten (noch van je studies, noch van je ervaringen) of met je leeftijd. Men is ook niet bereid om bv. een job halftime aan te bieden, terwijl voor een 60- of 65-plusser 8 uur per dag werken al relatief veel is. Het feit dat je geenszins als mens gewaardeerd wordt voor je kennis maakt dat je begint te twijfelen aan jezelf. Hoeveel mindfullness of yoga je ook probeert, deze mentaliteit is een moeilijk te nemen bocht. Een simpel voorbeeld is dat ik zeker tientallen voorstellen deed ter verbetering van de levensomstandigheden en dan bekeek ik het nog niet eens zo groot. Maar men stuurt je voor alles van het kastje naar de muur met als eindresultaat dat men je gaat bekijken als revolutionair. “Je moet maar beseffen dat in de gevangenis leven iets anders is dan op hotel.” Dat is de heersende achterliggende gedachte, dat we maar niet te verwend worden. Ach arm België.

  • Familie

Mij kwam het bijzonder hard aan dat ik geen uitgangsverlof kon krijgen om mijn 89-jarige dementerende moeder te gaan bezoeken in de zorginstelling waar ze verblijft. Haar gezondheid (hoge bloeddruk, diabetes, dementie, hoge cholesterol) is “stabiel” volgens Brussel. Voor mij staat haar leeftijd in combinatie met ziektebeeld gelijk aan een dagelijks risico op overlijden. En weerom, dat kan inderdaad met iedereen gebeuren, een verkeersongeluk is sneller gebeurd dan we denken, maar toch, iemand van net geen 90 die zwaar ziek is, heeft m.i. toch een verhoogder risico. De reactie vanuit Brussel is dan: “Er zijn zoveel gevangenen die (onder toezicht) buiten willen om hun zieke oude moeder te gaan bezoeken.” Maar zoals eerder gemeld, er zijn dus slechts 263 gevangenen die ouder zijn dan 60. Zij hebben ouders tussen de ca. 80 en 95. Toch een generatie die hier geen 10 jaar meer zal rondlopen… Daarnaast zijn de meeste gevangenen zoals eerder gemeld in de 20 of 30. Hun ouders zijn dus meestal nog veel jonger en in goede gezondheid. Al die brieven waar Brussel over spreekt kunnen dus voor gans België niet meer zijn dan een 260-tal op jaarbasis (hier is nog geen rekening gehouden met het feit dat er nog eens x-aantal gevangenen reeds overleden ouders hebben, of zelfs helemaal geen contact meer hebben met hun ouders).

  • Voeding

Hoe ouder je wordt, hoe gevoeliger je meestal bent aan je maag en darmen. Stress kan zorgen voor een verhoogde productie van gassen of het inhappen van lucht waardoor darm en maag uit hun ritme raken. Ook pikante kruiden komen nogal voor in gevangenissen, wat ook aanleiding geeft tot irritatie van de maag met maagzuur als gevolg.

  • Beweging

Automatisch is men als gedetineerde veel beperkter in zijn bewegingen wat aanleiding geeft tot vermindering van de spiermassa. Iets wat jongeren meestal oplossen met fitness-oefeningen, voetbal of andere sporten die voorzien worden. Als oudere heb je hier niet zoveel zin meer in. Ik genoot mijn hele leven ondermeer van lange wandelingen in de natuur. Natuurlijk zijn er in de gevangenis ook de dagelijkse georganiseerde wandelingen. Ook als is er niet echt natuur, tijdens deze wandelingen word je bovendien door alleman aangeklampt over van alles en nog wat. Er is weinig mogelijkheid tot privacy of om te genieten van het wandelen op zich.

• Sinds ik in de gevangenis belandde, werd ik reeds twee maal overgeplaatst. Ik ben ondertussen dus op 3 verschillende plaatsen geweest. Telkens weer werd ik aanzien als pedofiel. De meeste oudere gevangenen zitten meestal voor zedendelicten. Deze mensen worden heel vaak meteen uitgesloten en beschompen. Zij zijn de paria’s onder de gevangenen. Ik wou niet toegeven aan het feit dat andere gevangenen met mijn delict iets te maken hadden. Maar telkens weer moest ik onder druk plooien. Als je 60+ bent, staat er op je hoofd “pedo”. Telkens weer heb ik dus moeten uitweiden over de ware toedracht van mijn gevangenschap.

  • Houden van dieren versus kinderen

60plussers hebben thuis meestal huisdieren die hen nauw aan het hart liggen, zoveel als een kind bijna. Er is dus vaak een zeer hechte band tussen ouderen en bijvoorbeeld hun hond. Bij mij was dit ook zo maar het dier mocht nooit binnen in de gevangenis. Alhoewel het proper was en veel rustiger dan de meeste kinderen hier. Wie van dieren houdt, houdt ook van mensen. Maar waarom zouden ze ons graag zien, wij zijn iedereen maar tot last en er staat nergens in de regels dat ze van ons moeten houden.

Er zijn nog veel meer zaken waarin ouderen echt verschillen van de gemiddelde “jongere” gedetineerden. Er wordt gewoon geen rekening mee gehouden. Een van de belangrijkste opties voor een goed gevangenisbeleid is het principe van de normalisering. Welnu, dit houdt ondermeer in, dat men poogt zo goed als mogelijk het leven van buiten de muren binnen ook te laten beleven. Voor 60plussers staat men op dat gebied nog nergens. De hoofdtaak van het huidige beleid is nog altijd: hou de gevangene zo goed mogelijk achter slot en grendel, gescheiden van anderen binnen de muren, weg van de buitenwereld. Zodat ze zichzelf en anderen niet besmetten. Het streven naar diversificatie in de behandeling van gedetineerden staat nog ver onder 0. Zo wordt er al één en ander georganiseerd voor de doorsnee gevangene zoals opleidingen en begeleiding voor werk. Al is het nog niet ideaal, het is een begin. Maar voor 60plussers gelden dezelfde regels als voor jongeren, ook zij krijgen de opdracht om te gaan werken om kans te krijgen op vervroegde vrijlating. Zelfs 65plussers moeten gaan werken of kunnen niet genieten van vervroegde invrijheidstelling. Dan heb je je hele leven hard gewerkt terwijl andere burgers al vanaf 60 zich niet meer dienen aan te bieden op de arbeidsmarkt. Het besluit is eenvoudig: eens gevangene, altijd gevangene. Een stigma dat onuitwisbaar is. Als je alle elementen op een hoop legt, dan zal je moeten toegeven dat 60plussers enorm gediscrimineerd worden in de gevangenis en het heel moeilijk hebben. Er wordt helemaal niets gedaan voor hen. Daarnaast, kom nog maar eens buiten op je 70, 75 of 80, levend weliswaar. Daar sta je dan, zonder kennissen, zonder familie, zonder geld. Waar moet je naartoe met die gebroken toekomst? Alsof je de resterende tijd nog toekomst zou kunnen noemen..

Marnic

Een reisverslag van een ontevreden klant

Licht ironisch en met een vleugje sarcasme…

Op een zonnige en droge lentedag in maart 2014 zat ik met een burn out en een totale degout van de FOD Justitie op een terrasje tegenover het gerechtsgebouw in Antwerpen. Een gebouw dat ik altijd bewonderd heb.. voor zijn architecturale stijl toch 🙂

Na lang mijmeren en piekeren had ik besloten dat ik hoognodig toe was aan een soort van bezinning, een “retraite” zoals sommigen zeggen. In afzondering maar toch met de nodige luxe en tegen een billijke prijs natuurlijk. En liefst niet te ver van de bewoonde wereld. Drie voorwaarden die volgens mij toch niet zo moeilijk konden zijn! Dit bleek echter moeilijker dan verwacht. In Mechelen had ik een prachtige gebouw gevonden, mooie ligging. Helaas was daar de nodige privacy niet aanwezig. Je kent het wel: gemeenschappelijke douches op de gang, open wc in de kamer, spartaanse inrichting van de kamers, een uitgebreide bib, buffet op het gelijkvloers. Maar daarvoor moest je dus wel twee verdiepingen op en af lopen en bovendien was er een gebrekkig medisch kabinet.

Dan maar naar Tilburg. Daar beschikte men niet echt over prachtige gebouwen maar was er wel veel open ruimte beschikbaar. Douche op de kamer maar helaas geen eenpersoonskamers. Niet echt veel privacy dus ook hier. Je kon kiezen uit een formule All In of je kon je eigen eten bereiden. Wat op zich niet zo slecht is maar de inkopen voor je maaltijden moesten steeds gedaan worden in de winkel op het terrein. En daar was het nogal prijzig.. Niet zo’n betaalbare plaats dus. Als je klachten had, moest je wachten tot de Belgische directie vanuit Wortel naar Tilburg kwam, wat vrij vertragend werkt en nogal absurd is natuurlijk. Het personeel heeft er een totaal andere visie over service en begeleiding dan in Mechelen. Dit omdat ze echt ingesteld zijn op de begeleiding van mensen die op bezinning kwamen. Dit geldt volgens mij voor alle Belgische bezinningshuizen, dat heb ik toch vernomen van enkele collega’s. Als je vrouw of familie je eens een bezoekje wil brengen om zelf te zien of de zogenaamde bezinning zijn vruchten afwerpt, dan moeten zij praktisch een dag uitrekken voor dit bezoek gezien de afstand. Dus alle punten bij elkaar afgewogen niet zo’n denderend resultaat.

Al Googlend op zoek naar andere aanbiedingen raakte ik in gesprek met de man aan het tafeltje naast mij. Bleek dat een rechter te zijn die even iets kwam nuttigen en al een paar (sic) stevige trippels had gedronken. Voor het doorspoelen van alle arresten die hij had moeten nemen. Hij legde mij uit dat door de hoge werkdruk er geen menselijke toets meer kon gehandhaafd worden en dat hij juist het hoognodige uit een dossier kon lezen. De essentie wordt volgens hem aangedragen door de procureur. Eindconclusie, zei hij, is dat we een soort bandwerk verrichten, zonder inzicht in wie, wat en waarom. Ik had daar zo mijn eigen mening over maar gezien de man zo gedeprimeerd klonk, heb ik deze voor mezelf gehouden. Grotendeels uit medeleven met deze arme man natuurlijk.

Op een gegeven moment vroeg de man mij wat ik in feite aan het zoeken was op Google. Omdat hij mij een wijze oudere man leek, antwoordde ik dat ik op zoek was naar een bezinningsoord met bepaalde voorwaarden. Na enkele minuten kwam hij met een voorstel. Hij kende een spiksplinternieuw bezinningsoord, niet ver van Antwerpen, waarvan hij me een folder kon tonen. En het moet gezegd, het zag er prachtig uit!

Nieuwe kamers met ingebouwde kasten. Douche en toilet apart op de kamer. Eten en drinken: All In! Verder faciliteiten zoals fitness, mogelijkheid tot balsporten, uitgebreide bibliotheek, debatavonden, begeleide cursussen,… Hij kon een zéér interessante prijs aanbieden maar enkel voor langere termijn-verblijven. 5 jaar was het minimum. Dit vond ik natuurlijk niet zo leuk maar prijs/kwaliteit leek het echt wel interessant. Met mijn groot enthousiasme ben ik ingegaan op zijn voorstel en sloot ik een contract af voor 5 jaar in het spiksplinternieuwe bezinningstehuis PI De Open Poort te Beveren. Nog geen 12 kilometer van Antwerpen centrum verwijdert. Prachtig, de deal van mijn leven dacht ik. Als extra bonus gaf hij me ook nog een gratis shuttle dienst cadeau. Beter kon het niet meer worden dacht ik.

Nu zoals het meestel is met zogenaamde ‘super deals’ is er achteraf altijd wel iets dat niet in orde blijkt te zijn. Het begon met het busje dat ons moest afhalen. Op de afgesproken dag: géén busje te zien. Bleek er die dag geen boeking voorzien te zijn maar pas enkele dagen later. Niet geklaagd, wat maken nu enkele dagen uit. Dus 3 dagen later sta ik opnieuw klaar om mijn grote trip aan te vangen. Plots verschijnt er een soort paardentrailer, groene kleur, zonder venster en zonder overdrijven, nogal gammel. Goed, van buiten kan iets er uitgeblust uitzien, van binnen kan het nog altijd goed meevallen. Dat bleek echter niet het geval te zijn. Voor de veiligheid van het cliënteel waren er aparte kooien (letterlijk!) voorzien, spijkerharde zetels, geen airco of muziek en een nogal onvriendelijke bemanning. Laat ons zeggen, zeer ongeïnteresseerd in de noden van de klant. Maar goed, ik bleef optimist! Het was al bij al toch een ritje van een uur. Wat zouden we nu beginnen klagen. Maar dat was buiten de vele opstapplaatsen gerekend die deze bus moest aandoen. Een stoptrein had er niets tegen en zodoende duurde de rit bijna 5 uur. Maar, alle begin is moeilijk dacht ik, en ik nam het erbij.

Nu moet ik zeggen dat mijn medepassagiers bestond uit een ruim pallet van rassen, sociale lagen en persoonlijkheden die zich op aarde bevinden. Mijn verblijf kon nog interessant worden!

Dat humor en een lach voor iedereen goed is, ook voor gedetineerden, wordt met dit verhaal bewezen. Want 1 ding is zeker: indien er door en onder gedetineerden geen humor zou zijn, dan zouden er enorm veel zelfmoorden, opstanden en/of revoltes plaatsvinden in Belgische gevangenissen. Hierbij dus een arrest en opsluiting verteld als een luchtig reisverslag vanaf de opname in de gevangenis in Mechelen tot de opnamen in P.I. Open Poort te Beveren, het zogenaamde ‘luxe hotel’. 

Mick Patteet, gekazerneerd te Beveren 

Matroesjka’s: een waargebeurd verhaal in Vlaanderen

Je kan er helemaal geen leeftijd op plakken. Zijn kale hoofd geeft de indruk dat hij een zwaar crimineel is, zijn ogen en handen verraden iets anders. Geen doordringende ogen, maar eerder triestig, vragend om hulp. Zijn handen mooi verzorgd, het lijkt eerder een intellectueel. Zijn gezicht rimpelloos, waardoor ouderdom moeilijk te taxeren valt. In de maand mei wordt hij 56 jaar. In zijn gezin was hij de oudste van vier. Zijn vader was professor aan de VUB en zijn moeder licentiate sportwetenschappen. Niet het typische marginale mislukte gezin wat je zou verwachten als achtergrond van een crimineel. Integendeel. Hij studeerde af als bachelor in het hotelmanagement. Door zijn stages waren alle grote hotels hem welbekend. Hij begon, na zijn verplichtte legerdienst, in de verkoop. Vertegenwoordiger voor een Nederlands natuurproduct. Dertig jaar lang zou hij deze job met vallen en opstaan beoefenen. Slechts enkele ‘valpartijen’ waren er, meestal niet door zijn eigen fout. Er waren meer stijgende bewegingen, telkens in andere bedrijven met andere functies: sales-manager, accountmanager,.. tot directiefuncties. Hij wou absoluut carrière maken en een goede boterham verdienen. Op een bepaald moment had hij 55 mensen onder zich op de verkoopdienst. Maar na dertig dienstjaren sloeg de verveling in zijn job toe. Net de 50 gepasseerd belandt hij in een midlife crisis. Hij was al 25 jaar bekend met het wereldje van escortes en toen een Russische dame hem vroeg om hulp bij het opzetten van een nieuwe zaak, ging er een lichtje branden bij Jos. Zijn marketing ervaring en zijn commerciële instelling overtuigden hem een “top” escorte bureau op te zetten. Hij nam alles zeer professioneel aan om goede klanten te werven. Alles was professioneel georganiseerd betreffende het commerciële aspect. Alleen juridisch was de structuur niet goed onderbouwd. Alhoewel prostitutie en escortebureaus in principe niet verboden zijn, wordt het organiseren ervan in België nog steeds beschouwd als pooierschap, wat wel strafbaar is. Dit in tegenstelling tot wat velen denken. Jos zag zijn zaak als een echte business. Hij bouwde ze op met als belangrijk principe “leven en laten leven”. Hij wilde geld verdienen maar zijn personeel werd door hem volstrekt niet uitgebuit. Er werd een eerlijke verdeling van de opbrengsten afgesproken. Het personeel werd goed en tijdig betaald volgens correcte afspraken. Er werd geleefd als in een grote familie waarbij er wel eens samen werd gegeten, uitgegaan (o.a. de Noxx in Antwerpen),… Er werd niet alleen hard gewerkt maar ook genoten van het leven. Het is een milieu waarin verhalen snel de ronde gaan en meer en meer mensen hoorden dat het bij Jos goed werken was. Zoals bijen naar een honingpot vliegen, wilden steeds meer mensen bij het bedrijf van Jos aansluiten. In enkele maanden tijd waren de zaken zeer winstgevend. Via de eerste dame kwam Jos in contact met een ander Russisch koppel dat nog meer meisjes kon aanleveren, uit Rusland en Litouwen. Op heel korte tijd verdubbelde het aantal meisjes (30-tal uit Litouwen en 20-tal uit Rusland). Ze kregen dezelfde voorwaarden als de meisjes van hier. Maar wat Jos niet wist, was dat de nieuwe meisjes de helft van hun inkomsten moesten afstaan aan het Russische koppel. Zij fungeerden als pooiers voor de meisjes. Het was booming business en na 5 maanden draaide de zaak goed. De Russische meisjes wisten ondanks afgifte van de helft van hun loon, toch nog via Western Union regelmatig grote sommen geld te storten naar hun familie in Rusland en Litouwen. De snelle groei, maar ook het hoge aantal personeelsleden, veroorzaakte nogal wat toestanden, waaronder heel wat grappige maar ook enkele slechte. We halen er een paar aan maar alleen al over al deze toestanden kan een boek geschreven worden. In het begin werden er valse oproepen gemaakt. Bepaalde personen belden voor een afspraak maar uiteindelijk bleek het adres onbestaand. Meestal ging dit dan om verre verplaatsingen. Blijkbaar is er nogal wat jaloezie in dit wereldje en plaatsen concurrenten “valse reservaties”. Een andere situatie was toen één van de meisjes, een blonde 19-jarige Russin, op een dag vertrokken was voor vier afspraken en op het einde van de dag gek te keer ging en huilend terug op het bureau kwam. In tranen vertelde ze dat op de vier afspraken geen enkele man seks had gewild met haar en alleen uit was op een gesprek. Ze vond het zo triest en een blamage voor haar aantrekkelijkheid 🙂

Na vijf maanden werken kwam er een einde aan het verhaal. Op een koude ochtend was er een grote politierazzia die alles lam legde. Meerderen vlogen in de gevangenis. Waaronder Jos, de man van dit verhaal. Het vervolg hierop brengen we u in een later artikel.

Alle suggesties en opmerkingen zijn zeer welkom! Je kan mailen of schrijven of op onze Facebook-pagina een reactie posten.

Militairen in de straat = gedetineerde met enkelbandje

Een reactie op de discussies over militairen in de straat na de aanslag op Charlie Hebdo
Door P., gevangene in Beveren

Na de aanslagen in Parijs verschenen in verschillende Belgische steden plots gewapende militairen in de straat. Al snel hadden de politievakbonden commentaar klaar en ontstonden er discussies over bevoegdheden en bekwaamheden van militairen t.o.v. die van politie-agenten. Niettegenstaande militairen beter opgeleid zijn inzake bewakingsopdrachten dan politie-agenten, werd hun bekwaamheid in twijfel getrokken. De politie-vakbond betwijfelt of de militairen de bewakingsopdrachten en de versterking van het veiligheidsgevoel wel aankunnen. Zij negeren daardoor volledig dat militairen getraind zijn in deze materie. Militairen worden zo miskend in hun beroepsbekwaamheid.

Hetzelfde doet zich voor binnen de gevangenismuren: vaak worden gedetineerden beschouwd als ongeschoolden en ongeletterden. Er wordt vergeten dat sommige gedetineerden beschikken over beroepsbekwaamheden en/of enige “intellectuele vaardigheden”. Dit menselijk kapitaal wordt 24 uur per dag opgesloten en gaat volledig verloren. Ten koste van de mens in kwestie én van de maatschappij. Het is zonde dat dit “kapitaal” niet wordt ingezet voor een zinvolle bijdrage aan de maatschappij of het gevangeniswezen. Net als de politievakbonden de bekwaamheid van de militairen negeren, negeert justitie de aanwezigheid van menselijk kapitaal in hun instellingen. Het wordt tijd dat alle mooie ideeën en teksten omtrent humanisatie van het gevangeniswezen in praktijk worden omgezet. Het wordt tijd dat er binnen het politieke en sociale model aandacht wordt besteed aan een positieve inzet van het menselijk kapitaal zonder hierbij de gevangenen op een middeleeuwse manier uit te buiten. In overleg met de gevangene, de directie en het parket zou voor elke gevangene een traject uitgewerkt kunnen worden waarbij een soort “overeenkomst” wordt opgesteld welke “taken en verantwoordelijkheden” de gevangene binnen en buiten de gevangenismuren kan opnemen. Het wordt tijd dat de gevangenen ook een eigen vakbond krijgen zodat zij kunnen onderhandelen met hun potentiële “werkgevers”.