DEEL 10. IN HET HOOFD VAN…. IK NOEM HEM MUSTI.

Hij is de zoon van, twee zandkorrels, uit de onmetelijk grote woestijn
in Algerije. Zoon van Mustapha, Mohammed, noem maar op.. maar
voor mij is hij Musti. Musti de zandkorrel, omdat hij me zoveel aan
de zon doet denken. De lachende zon, die ons allemaal goed doet.
Wel, Musti is ook zo, als je hem ziet, moet je altijd lachen, de eeuwi-
ge positieveling. En hij is door dezelfde zon ook wat aangebrand, je
weet wel, te bruin om van vakantie te komen, het zal dan maar in
zijn natuur zitten.

 

Ja, Musti is n’een bruinen. Een Maghrebijn, maar n’een echten. Een
originele. Musti waait mee met de wind in de duinen, en laat de an-
dere zandkorrels ook hun ding doen. Psychologen zouden hem om-
schrijven al zeer sociaal. En dat is hij ook. Minstens zo is te zien en
ervaren op het eerste zicht. Ik kan er door die zon – vertekening in
zijn huid, ook geen leeftijd opplakken. Oud is hij niet, maar zijn huid
is taai. Ja, de zon hé. Het strelen van de zandkorrels in de woestijn,
de kerven van de wind, de striemen van het leven.

 

Ik heb met Musti een interview moment afgesproken. Hij wil iets
kwijt. Wil jij ook lezen in zijn gedachten ? Wil je weten welke nachte-
lijke vossen er rondspoken in zijn brein ? Wil je zijn verhaal kennen ?
Volg ons verder, en weldra kijken we samen binnen in het hoofd van
een sociale zandkorrel.
Musti, we zijn nieuwsgierig.
Advertisements