HET FENIKSPROJECT . RECUPERANDOS.

redactie :  Marnic De Munck

VOORWOORD :   [ WOPIA ]

Naïef, het zal honderd jaar duren om te realiseren… Dit zijn de woorden die ik zeker van velen verwacht na een eerste doorlezing .

Maar is het naïef te zeggen dat ieder slachtoffer er één teveel is ?  Is het naïef vast te stellen dat wetenschappelijke studies, alsook harde cijfers, bewijzen dat ons huidig detentiesysteem niet goed bezig is ?  Is het naïef te ijveren voor alle mensen uit de maatschappij, en de slachtoffers, en delictenplegers, en nog zovele anderen die door de mazen van het net glippen ?

Wij willen gaan voor het land “Wopia”, wij allen samen voor Utopia, waar iedereen aan zijn trekken komt.

Wij proberen een oplossing aan te brengen, passend in een warme, moderne, inclusieve maatschappij.

Hoe moet het, hoe kan het beter met het Belgisch gevangeniswezen

F E N I K S P R O J E C T.

Voorwoord.

Twaalf jaar na de goedkeuring ( in december 2004 ! ) van de zogenaamde basiswet, de wet die voortaan de nieuwe bestaansnormen van het Belgisch gevangeniswezen zou beheren, zijn jammer genoeg vele, essentiële, uitvoeringsmodaliteiten nog niet in werking getreden. Op dit stuk zijn de opeenvolgende regeringen duidelijk in gebreke gebleven.

Het lijkt ons dan ook noodzakelijk even de belangrijkste aspecten van de huidige stand van zaken nader te belichten. Van deze gelegenheid willen wij echter ook gebruik maken om er concrete suggesties aan toe te voegen met het oog op een meer doelgerichte strafuitvoering. Maar tevens ook met het oog op de verbetering van de benarde toestand waarin de gedetineerden thans hun vrijheidsberoving moeten ondergaan.

I.  INTRODUCTIE.

a) Wat betekent  “gevangenisstraf ” ? Huidige situatie, anno 2016 .

Mensen die een delict plegen en door de rechter schuldig worden bevonden, worden door diezelfde rechter gestraft voor hun daden. Alhoewel er momenteel een aantal alternatieven worden uitgetest ( bv. werkstraffen ), is de voornaamste straf nog steeds de gevangenisstraf. Er bestaan weliswaar alternatieve strafuitvoeringsmodaliteiten ( bv. enkelband ) maar de meeste van die straffen worden uitgevoerd door opsluiting in een gevangenis. Voor hun wandaden worden die mensen dus meestal met vrijheidsberoving gestraft.

Het tweede , voor de hand liggend, doel van de gevangenisstraf  is het afschrikken. Men hoopt dat potentiële misdadigers door het gevangenisbeeld worden afgeschrikt om strafbare feiten te plegen. Dit wordt dikwijls zo verwoord in de beslissing van de rechter.

Een derde functie is  van de gevangenisstraf is  ( of liever : zou moeten zijn ) de re-habilitatie. Een gevangenis zou hulp moeten bieden aan gevangenen zodanig dat de kans op recidive verkleint.

Een vierde, maar even belangrijke, functie is  : verhinderen dat iemand opnieuw strafbare feiten zou plegen.

b) Waar gaat het om ?  Cijfers.

Het is al langer bekend dat de cijfers in België niet goed zijn. Er is niet alleen een hoge score wat betreft het aantal gedetineerden per inwoner, maar België scoort vooral zeer slecht met zijn hoog recidivecijfer, zeker in vergelijking met de Scandinavische landen en Nederland .

Eén van de oorzaken is de drang om alles te penaliseren. Deze explosie nam een aanvang in de tweede helft jaren ’90 en vooral rond het millennium. De nummer twee van het Antwerpse parket-generaal Yves Liégeois stelde dit recentelijk nog aan de kaak :  “…..Je kan in België niets vinden dat niet strafrechtelijk is. Dit is waanzin. We moeten aan depenalisering denken…”  ( Knack, 13 juli 2016 ).

Ook het justitieplan neemt dit, impliciet, op de korrel . Zo stelt het plan op pag. 44 – nr.103 en volgende, van Justitieminister K.Geens  ( 2014 )  : ” tot slot krijgt het O.M. meer mogelijkheden tot een buitengerechtelijke of alternatieve afhandeling wanneer de strafvervolging niet opportuun oordeelt. De prioriteiten van het vervolgingsbeleid van het O.M.liggen vervat in de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid. Deze geven aanwijzingen omtrent de toepassing van de strafwetten en concrete richtlijnen wanneer de strafrechtelijke vervolging in elk geval is aangewezen, dan wel alternatieve, administratieve of buitengerechtelijke afhandeling kan worden overwogen. Waar nodig, zullen deze richtlijnen worden herzien en aangepast, in de filosofie van de reductie van het strafrecht.”

Zelfs in de USA worden deze eerste stappen ondernomen om het aantal penitentiaire instellingen te verminderen. Zo moeten binnen de vijf jaar minstens dertien detentiecentra sluiten ( zie Canvas roljournaal en Bloomberg T.V. dd. 18 augustus 2016.)

Daarnaast is de huidige minister van oordeel dat de gevangenisstraf het  ultimum remedium dient te zijn. Daar waar mogelijk , zoals bij niet gewelddelicten, moeten alternatieve afhandelingswijzen de voorrang krijgen.

c) Aantal gedetineerden.

De cijfers, gepubliceerd in het Justitieplan  van minister Geens, zijn duidelijk : op 15 februari 2015 verbleven er 11.501 gedetineerden in  gevangenissen. Dat is meer dan honderd gedetineerden per 100.000 inwoners. Dit is een pak meer dan de Scandinavische landen (tussen 55 en 73), Nederland  (62) en Duitsland (75). Het is ongeveer gelijk aan Frankrijk (133) en Groot Brittannië (133).

Op 20/8/2016 meldde het RTBF-journaal dat er op dat moment 10.279 gedetineerden in  gevangenissen verbleven. Daarnaast zijn er zo’n 3.000 personen drager van een enkelband. Tijdens de eerste zes maanden van 2016 werden zo’n 1.487 personen van buitenlandse origine teruggestuurd naar hun land om daar hun straf uit te zitten. Tevens werden vele geïnterneerden in de daartoe bestemde inrichtingen geplaatst. Toch blijft de overbevolking.

Eén van de probleemdossiers is dat de gevangenis in Tilburg voor einde 2016 verlaten dient te zijn en dat de C-vleugel van Vorst sluit wegens onbewoonbaarheid en de daaruit volgende dringende renovatiewerken. Het bouwen van nieuwe gevangenissen ( zoals Haren – voorzien in het masterplan van minister van Justitie De Clercq Stefaan ) ) zal nog jaren aanslepen. Niet alleen wegens geldgebrek, maar ook wegens ontelbare administratieve en juridische obstakels.

d) Het ” uitzitten ” van de gevangenisstraf of een alternatieve benadering ? Situatie nu.

Dat het louter uitzitten van de gevangenisstraf geen enkel maatschappelijk nut heeft, blijkt impliciet uit de hoge recidivecijfers waarmee België kampt. De recidivist wordt bovendien zwaarder gestraft ( door de zgn. herhaling ), maar zal bovendien een langer deel van zijn straf moeten uitzitten ( de zgn. 2/3 regel ). Daarnaast is er de hoge maatschappelijk – budgettaire kost per gedetineerde, die begroot wordt op circa 50.000 euro per jaar.

Het beoogde doel ” een beter mens ” te maken wordt niet gehaald ; de re-integratie lukt evenmin.  Waaraan ligt dit ?

Het is een gemeenplaats te stellen dat men in de gevangenis gelijkgezinden tegenkomt. De eerste drie tot vier maanden van het gevangenisleven zijn de belangrijkste en worden beleefd in een shockeffect. Eenmaal dit punt voorbij, treedt een gewenning op, en is de materiële detentieschade opgetreden : meestal is men zijn huurpand kwijtgeraakt, is men zijn werk kwijt, en is er ernstige relatieschade, waarbij men dreigt zijn partner en/of kinderen te verliezen. Eenmaal dit punt voorbij, heeft men nog weinig te verliezen. Komt men uit de gevangenis, dan is er ook nog de maatschappelijke stempel die men meedraagt. Hoe verklaart men bv. het tijdshiaat in een cv ? Niet zelden duikt er, tijdens de eindfase van detentie, zelfs vrijlatingsangst op…

Velen die in de gevangenis terechtkomen, hebben geen financieel overschot. Zo is een belangrijk percentage van de gevangenispopulatie kleine drugsdealers, of daders van diefstallen, die hun daden niet stellen om extra financieel gewin, maar om financiële noodzaak om rond te komen in hun dagdagelijkse behoeftes. Door hun gevangenisverblijf, zoals het nu wordt uitgevoerd, komt men in een vicieuze cirkel terecht. Indien ze al werk hebben, zijn ze dit kwijt, komen ze bij vrijlating moeilijk aan werk, en uit den node komen ze opnieuw terecht in het criminele milieu. Een vergelijkbaar scenario met hun woning ( meestal huurpand ), en met hun onstabiel geworden partnerrelatie.

Het percentage echt- gevaarlijke -criminelen is te begroten op circa tien tot maximum vijftien % van het aantal gedetineerden. Het is deze  beperkte  groep die uit de maatschappij moet worden weggehouden. Bij het restpercentage is hulp, opvolging  en vooral begeleiding noodzakelijk.

 

II.  TOEKOMST.

a)  De grote verandering.

” Ik hoop dat zij die mij hebben neergeslagen minstens voor vijf jaar de bak in gaan. Dat ze hun lesje eens leren want ze waren niet aan hun proefstuk toe. Of het iets gaat uithalen, dat weet ik niet. Ik ben bang voor de confrontatie, omdat ik niet weet hoe ik zal reageren. Er schuilt nog altijd veel woede in mij. ” 

Dit is de huidige mentaliteit bij de meeste mensen, wat betreft delicten, en de afhandeling ervan. ” Oog om oog, tand om tand ” is tegenwoordig nooit veraf. Bij overtreding van de normen en waarden in onze maatschappij wordt er nog altijd “bestraffend” gereageerd. De delictenpleger moet als loutering een straf ondergaan om tot inzicht en verandering te komen. De praktijk heeft ons geleerd dat dit niet werkt. Vooral omwille van het feit dat in de praktijk de straf erin bestaat, een welbepaalde periode, de vrijheid af te nemen van de persoon in kwestie.

Waar respect begint, eindigt geweld !                                                                                                         Op basis van deze krachtige woorden ontwikkelden we een nieuw systeem bij delictenpleging.

b)  Waarom een andere aanpak ?

  • Nu is onze handelswijze bij delicten nagenoeg uitsluitend gericht op bestraffen bij schuldigverklaring.
  • Om objectief te zijn, worden de schuldigverklaring en bestraffing, in handen gelegd van een onpartijdig persoon,   de rechter.
  • Alle uitgesproken straffen zijn lineair, en meestal op voorhand bepaald.
  • Er is geen enkele controle op het resultaat van de strafuitvoering.
  • Er is totaal geen plan in deze strafuitvoering.
  • De bestraffing vermeldt niets over schuldinzicht, herstel van schade.
  • Kortom, de bestraffing omvat uiteindelijk de vrijheidsberoving. Niet meer of minder.  We zijn ervan overtuigd dat bestraffing , op het afschrikkingseffect na, in zijn huidige vorm van uitvoering, schromelijk te kort schiet.

c)  Wat beoogt ons onderwerp ?

  • Voorkomen dat door de eenzijdige bestraffing  de huidige situatie niet nog erger wordt, o.m. door het bezorgen van extra leed aan een medemensen, inclusief de naastbestaanden van de gedetineerden.
  • De klemtoon volledig leggen op verzorgen en genezen in plaats van bestraffen ( een verzorgings-/ of genezingsproces kan best ook een louteringstraject omvatten).
  • Verdere opvolging van de schuldige, ook na het behalen van zijn eindtermen.

d)  Twee fundamenten van ons ontwerp.

1. :  Niemand pleegt delicten in volle vrijheid. 

In de meeste gevallen zijn de personen die delicten plegen geconditioneerd door allerlei externe ( en zelfs interne ) factoren. Dit zijn oa. sociale, economische, fysische.. determinerende factoren. We kunnen dus niet altijd en uitsluitend spreken van ‘eigen schuld’. We moeten dan ook niet per se bestraffen, maar ‘afwijkingen verklaren’.  Dit moet dan liefst met een opleiding, en met een  genezingsproces worden bijgestuurd.

2.: Niemand heeft het recht om een ander mens extra leed toe te brengen. 

Iets wat met de huidige manier van opsluiting wel het geval is  ( detentieschade , C.Mussche). Vanuit die filosofie is het dus verkeerd, mensen hun vrijheid af te nemen ( opsluiting ) als vorm van bestraffing ( loutering), zonder de nodige voorzieningen te treffen om de gedetineerde als mens met het nodige respect te bejegenen.

We zijn ervan overtuigd dat velen  onze ideeën delen, maar allemaal los van elkaar. Wij proberen alles structureel samen te vatten in één geheel, weliswaar vereenvoudigd, en totaal openstaand voor aanpassing. Ook voor de vaak aangehaalde budgettaire problemen proberen we een oplossing te geven. We hopen dat deze basistekst heel wat bijkomende vernieuwende ideeën uitlokt.

 

III.  ONS  VOORSTEL  –  FENIKS PROJECT  –  RECUPERANDOS

 

a)  Inleiding.

We baseren ons voorstel op volgende basisprincipes.

Ten eerste gebeuren bijna alle delicten onder invloed van externe factoren, waarbij de eigen persoonlijke verantwoordelijkheid beperkt wordt.

Ten tweede heeft een medemens niet het recht een ander medemens leed te berokkenen (via detentieschade ).

Deze twee basisprincipes doen ons besluiten dat bestraffen ( de vrijheidsberoving op zich ) bij overtreding van de regels die door de maatschappij worden opgelegd, geen goede oplossing is.   Wij kiezen radicaal voor een “zorgtraject” dat plaatsvindt in zorginstellingen . Wij voorzien dat alle overtreders van de regels dienen ondergebracht te worden in zorginstellingen   , zowel van verkeersovertredingen als andere misdrijven.  In deze instellingen wordt steeds vertrokken van een niet vooraf gedefinieerde  periode. Iedere persoon die schuldig verklaard wordt, wordt in een zorginstelling opgenomen, en dient een zorgbegeleidingstraject  te ondergaan. Hij  dient bepaalde eindtermen te behalen om “ontslagen te worden ” van verdere begeleiding  ( stopzetting zorg  betekent volledig ter beschikking stellen van de maatschappij ). Dit project wordt opgebouwd rond het basisidee van het normaliseringsprincipe  , en het behalen van een resultaatsverbintenis in het zorgtraject, met het oog op re-integratie in de herwonnen volledige vrijheid van handelen.

b)  Hoe gebeurt dit in de praktijk ?

  1.  Het onderzoek.

Wat het preventief opsporingswerk en de vaststelling van de delicten betreft, stellen wij geen grote veranderingen voor. Deze politionele taken zijn continu in evolutie waardoor ook steedsmodernere technieken  ingevoerd worden ter aanvulling van het werk. Verdachten ( na onderzoek ) of feitenplegers kunnen waar nodig preventief in hechtenis genomen worden  ( in speciaal ingerichte arresthuizen, bv. één per provinciehoofdplaats). Deze vrijheidsberoving heeft als doel, het onderzoek niet te schaden, of de maatschappij te beschermen bij reëel veiligheidsgevaar. Deze periodes dienen steeds zo beperkt mogelijk gehouden te worden. In de onderzoeksfase wordt ook altijd een daderprofiel opgemaakt, dit door een erkend deskundige. Doel is een duidelijk profiel te schetsen van de aanleiding tot het ontstaan van de gepleegde misdaden ( in sommige gevallen , door de wet te bepalen, kan dit beperkt worden tot een administratief P.V., bv. voor verkeersovertredingen). In die gevallen waar de veiligheid van de maatschappij in het gedrang komt , kan de vrijheidsberoving doorlopen tot aan de procesvoering. De procesvoering is ten einde wanneer het vonnis definitief van kracht is geworden.

2)  Het proces en de taak van de rechter

Het  doel van het proces is te bepalen of een persoon bepaalde wetsregels heeft overtreden. Het is de rechter die dit uitspreekt. Bij een positief resultaat verwijst hij de betrokkene door naar ofwel een leercentrum  (bv. bij verkeersovertredingen ), een sociaal begeleidingscentrum ( kleine vergrijpen, kleinere drugdelicten, dus lichtere overtredingen van de waarden en normen van de maatschappij ) of een zorgcentrum ( vergelijkbaar met de huidige gevangenissen. De rechter kan ook steeds voorwaardelijke of administratieve boetes opleggen ( bv. verkeersovertredingen ). Het uitvoeren van een brede waaier vrijwilligerswerk behoort tot de mogelijkheden binnen de drie centra . In het geval van vrijwilligerswerk, of administratieve boetes, bepaalt de rechter de grootorde ervan

Eens er doorverwezen wordt naar een zorginstelling wordt de duur bepaald door het zorgbegeleidingsplan, en het slagen van de eindtermen. Dit laatste worden beoordeeld door een onafhankelijke commissie. Fundamenteel verschillend, in dit laatste geval, is dat er nooit een einddatum van het proces wordt bepaald. Het zijn het oplossingcontract, en de goede afloop ervan, die de einddatum bepalen

3)  De doorverwijzing naar zorginstellingen.

A.  Opvangcentra.  B. Gesloten centra. C.  Half-open centra. D. Open centra – De huizen.  E. Forensische ziekenhuizen.  F.  Eindzorg instellingen.  G. Opvolgingscentra  – justitiehuizen.

We geven vervolgens een omschrijving van elk soort instelling. Het is absoluut de bedoeling te vertrekken van de huidige gebouwencomplexen, maar deze meer te gaan opdelen naar hun functies. Op termijn passen we die zo aan, dat er hoofdzakelijk naar het normaliseringsprincipe gewerkt wordt in de plaats van beveiliging. Hiervoor kunnen speciale centra gecreëerd worden. Men moet ervan uitgaan dat max. tien % van de gevangenispopulatie werkelijk gevaarlijk  is voor de maatschappij. De geplande nieuwe grote complexen worden idealiter geschrapt ( of ingepast in de nieuwe structuur ). Nieuwbouwprojecten kaderen beter binnen de sectie Open centra – De Huizen. 

A. De opvangcentra.

Het is de bedoeling dat alle personen die door een rechter voor onbepaalde tijd  naar een zorginstelling  doorverwezen worden,  in deze speciale centra worden opgevangen (enkele van deze centra zouden bv. dienst kunnen doen als ‘hoger beveiligde instelling’.

Deze centra zijn uitgerust met speciale teams om een volledig profiel te maken van de zorgbehoevende, in overleg met de persoon en de betrokken diensten, bepalen zij een traject en de te behalen eindtermen. De zorgbehoevende werkt met volledig vrije wil mee aan dit traject en ondertekent dit traject ook als een contract. Het is op basis van dit contract dat later bepaald wordt in welke instelling de betrokkene zijn traject doorloopt.

De duur van het verblijf in een opvangcentrum is afhankelijk van de werking van het proces, tot de afhandeling van het contract. Er is voldoende personeel voorzien om vooruitgang te maken in de dossiers. Voor de centra met minder  ‘veiligheidsgevaarlijke’ personen wordt reeds vanaf de eerste dag zoveel mogelijk gewerkt aan het normaliseringsprincipe  (open-deur momenten, sociale contacten, eigen kledij, enz. ) Van zodra het zorgbegeleidingscontract is getekend door alle betrokken partijen ( betrokkene, zorginstelling én rechter ) wordt de betrokkene, naargelang van het bepaalde traject, overgebracht naar specifieke instelling.

De doelstellingen van iedere instelling dienen duidelijk omschreven te worden. We geven hier een voorzet voor een aantal instellingen, maar het doel is dat betrokkene kan werken aan de uitvoering van zijn/haar traject. Dit traject stipuleert bv. dat na evaluatie, betrokkene eventueel van een gesloten, naar een halfopen – en later zelfs, een open centrum kan gaan.

Volgens het vooraf bepaalde traject worden bij regelmaat testen afgenomen. Bij het behalen van een positief eindresultaat kan de betrokkene ontslagen worden van bepaalde   verplichtingen. De duur van het traject is dus in geen geval bekend op voorhand. Alleen het eindresultaat, een volwaardig lid van de maatschappij te zijn, is bepalend tot stopzetting van het zorgbegeleidingstraject.

B. De gesloten centra .  C. De half-open centra .  D. De open centra  ‘De Huizen  E.  De forensische ziekenhuizen . F.  De  eindzorginstellingen.

De zogenaamde tussenhuizen zijn gesloten centra (B) Deze hebben ook de volledige uitvoeringsmogelijkheden van het traject. Daarnaast zijn er de half-open centra (C) , de open centra – De Huizen.(D) , de forensische ziekenhuizen (E) en de eindzorginstellingen (F) Wanneer een betrokkene er  niet in slaagt zijn/haar eindtermen te behalen, en dus niet ontheven wordt van zijn verplichting tot reclassering, wordt hij / zij  doorverwezen naar Eindzorg instellingen. In deze instellingen, worden kleine leefgemeenschappen geïnstalleerd, al of niet met een hoge beveiliging, waar mensen tot het einde van hun dagen kunnen verblijven. Het is de bedoeling hierin zo nauw mogelijk de normale leefsituaties te imiteren. Het is de bedoeling de betrokkenen een zo goed mogelijk leven aan te bieden, zonder extra leed te bezorgen, met inachtneming  van de beveiliging.

G. Opvolgingscentra   ( huidige justitiehuizen ).

Wanneer iemand zijn/haar traject heeft afgelegd én positief afgesloten, wordt hij ontslagen van verdere verplichtingen en krijgt hij/zij zijn volledige vrijheid terug. De wet zal echter in alle gevallen een opvolgingstraject in werking stellen. Duur en modaliteiten dienen volledig omschreven. Het is pas als dit verhaal is afgelopen, dat betrokkene als volledig genezen kan worden beschouwd.

 

IV.  HET  BUDGETTAIR  PROBLEEM  :  BAKKEN  WORDEN BANKEN .

 

Inderdaad, terwijl het ganse systeem opgebouwd is op zorg, durven we echt wel spreken van een economisch gegeven. Vooreerst ,als we het huidige systeem bekijken, stellen we vast dat dit een enorme financiële en economische impact heeft op de maatschappij. Er is niet alleen de directe financiële kost per gedetineerde ( die in België rond de 50.000 euro per jaar geraamd wordt ), maar er is ook het economisch verlies door het wegnemen van de betrokkenen uit de maatschappij ( meestal jonge mensen, in volle economische activiteit ). Daarnaast zijn er de kosten die gemaakt worden door de familie en vrienden ( bezoeken en onderhoud, enz. )

Het verminderen van de recidive door een verbeterd strafuitvoeringsbeleid geeft een rechtstreeks gevolg van minder gedetineerden ( kan oplopen tot vierduizend personen – referentie zie de  Scandinavische landen ).

De vermindering van strafduur heeft een positief gevolg voor de economische kosten. Daarnaast heeft het kleinere aantal delicten in de maatschappij ( door het minder hervallen ) enerzijds, een technisch mindere kost ( schade), maar ook een hoger veiligheidsgevoel, wat dan weer een positieve flow veroorzaakt. Dit volledig in rekening genomen, heeft de volledige maatschappij voordeel bij deze visie en aanpak ! Daarnaast vermelden we nog de enorme vermindering van de psychologische impact op hen, die na detentie in het huidige systeem terechtkomen. Als je dit allemaal optelt, creëert men een economische meerwaarde. Daarom ook de voorzet om dit project even van uit economisch standpunt te bekijken.

Wat bedoelen we hiermee ? Ieder groots project, elke grote revolutie, heden en verleden, denk maar aan de industriële revolutie, energiebevoorrading ( steenkool en elektriciteit ), transport ( autobouwers, Tesla ), de telecommunicatie en digitale revolutie werden door de banken NIET gefinancierd met het geld van spaarders, maar met virtueel geld van de toekomst. De banken gaan als het ware door een virtuele wand, ontnemen het geld aan de toekomst, boeken het op de rekening van de ondernemer op vandaag, die dit trouw met zijn opbrengst van de toekomst, inclusief rente, zal afbetalen. Dit project is een belangrijk maatschappelijk project, dat door zichzelf geld zal opbrengen ( minder uitgaven per jaar 4.000  x 50.000 euro of 20.000.000 euro, 2 miljard op 10 jaar). Dat geld kan nu geïnvesteerd worden in aanpassingen structuren, aanwervingen, omscholing, veiligheidspersoneel naar veiligheidszorg-opvangers. Ook deze extra tewerkstelling zal een positieve flow in de economie genereren.

 

V.  VOORLOPIGE  BESLUITEN .

 

a)  Inleiding

Het grote verschil met de huidige opties ( zie plan  K.Geens ) betreffende strafwet en strafuitvoering gaat over ” wie de tijdsduur van het re-integratieproces zal bepalen”, en “hoe dit zal verlopen”. Momenteel is de kerntaak van de strafrechter het beoordelen van de strafbare feiten en de schuld, en dan finaal het uitspreken van de straf. Hiermee wordt  maatschappelijk herstel en vergoeding aan het slachtoffer nagestreefd. Tevens wordt de dader terechtgewezen, en- waar nodig – de maatschappij beveiligd. De rechter is in huidig voorstel de juiste instantie om in onafhankelijkheid en binnen de perken van de wet, te oordelen over het verloop van de strafuitvoering.

b)  Waarin en waarom verschillen we van mening ?

We blijven bij dezelfde procedures maar laten de rechter uitsluitend  beslissen over de schuldig verklaring en het soort van herstel  ( drie soorten ) :

  • Leercentrum ( werken enz..)
  • Sociaal begeleidingscentrum  ( verslavingen enz…)
  • Zorgcentrum  ( andere delicten.. )

In geval van doorverwijzing naar leer-of sociaal begeleidingscentrum worden de modaliteiten door de wet duidelijk omschreven. Hierna volgen enkele verduidelijkingen omtrent de doorverwijzing naar een zorgcentrum uit ons nieuw voorstel.

  1. De duurtijd van het zorgbegeleidingstraject wordt bepaald door een bevoegde commissie en de betrokkene zelf ( dus niet door de rechter), ook de procedures, het  zorgtraject en de te behalen finaliteit.Tevens geschiedt toezicht op de uitvoering en het slagen in het zorgbegeleidingstraject  ( toezichtscommissie )
  2.  Het zorgbegeleidingstraject omvat de eindtermen die te behalen zijn (  met het oog op sociale re-integratie ) zie ook de voorstellen van ” De Huizen “, het louteringsproces, en de slachtoffer vergoeding.
  3. Het “strafrecht” stapt af van bestraffen, en wordt eerder een “beoordelingsrecht”van de afwijkingen t.o.v. de normen en waarden van de maatschappij.
  4. Kern van deze stelling is, dat proefondervindelijk, en ook wetenschappelijk bewezen is dat, voor alle delicten die gepleegd worden, bij een beperking van de vrijheid,  de schuld niet alleen bij de overtreder, maar ook bij de maatschappij ligt  (verantwoordelijkheid).
  5. Allerbelangrijkst is dat, in een sociaal georganiseerde maatschappij niemand het recht heeft iemand anders extra leed te bezorgen ( zoals detentieschade in het huidig systeem van opsluiting), ook niet aan wie schuldig wordt bevonden ( delictenpleger).
  6. De ganse stelling gaat er van uit dat een zorgtraject meer positieve resultaten oplevert, dan een louter “vrijheidsberovende” straf.
  7. Het is belangrijk om, net als in de Scandinavische landen, de maatschappelijke visie rond delicten en opvang te wijzigen, en te beseffen dat, zowel  voor de ‘pleger’ als voor de maatschappij het belang  bij zorg en re-integratie ligt. Men moet er van uitgaan dat een verplichte re-integratie ook als  ‘straf’ kan  worden beschouwd.

 

SLOTWOORD.

We weten dat nog heel veel ” oningevuld ” is.

Hoe verloopt het herstel en loutering van de slachtoffers ? Hoe verloopt het ganse zorgbegeleidingstraject in de praktijk? Wie bepaalt wat de eindtermen zijn, om terug in volle vrijheid te kunnen opereren, met volle respect voor de normen en waarden van de maatschappij ?

Maar daarvoor zullen eminente professoren zeker  passende voorstellen kunnen uitwerken. We wensen maar één zaak : dat alles kan in het werk wordt gesteld  om het vertrouwen tussen iedereen te herstellen. Tussen delictenpleger en slachtoffer, de maatschappij, de opstellers en de uitvoerders van het zorgtraject.

Want alleen vertrouwen kan iedereen vooruit helpen.

Laat ons iedereen een sleutel geven tot een goede oplossing, en bij de ‘Recuperandos’ is die sleutel verantwoordelijkheid.

 

Enkele knelpunten om over na te denken :

  • wat met de beperking van detentieschade bij voorarrest ?
  • Hoe ver kan preventie een onderdeel zijn van een goed detentiebeleid (onderwijs, kansarmoede, cirkels  (ouders/kinderen).
  • Dienen de zorgcentra niet een onderverdeling te krijgen in ‘specialisaties’, volgens het soort delict ?
  • Het volledig uitwerken van een totaal systeem dat gebouwd is op vertrouwen/veilige omgeving ( ook geestelijk ).

 

Enkele bronnen :

Er werd dankbaar gebruik gemaakt van :

  • de Liga van de Mensenrechten.
  • De ‘ VZW . De Huizen ‘.
  • Prof. Sam Harris  ( filosoof, U.S.A.)
  • Prof. Dick Swaab ( Wetenschappelijk onderzoek van de hersenen. NL. )
  • Netwerk Samenleving en Detentie.
  • Fatik  ( liga Mensenrechten )
  • Jan De Cock  ( schrijver, sociaal werker, Hotel Congo / Recuerandos )
  • Prof. Kr. Beyens  ( VUB Brussel vakverant. Criminologie/Penologie )
  • Prof. Alison Liebling  ( criminologe Cambridge )
  • Alicja Gesinska  ( filosoof ).

 

 

 

 

 

Advertisements