ONDERBROEKENLOL IN DE GENTSE GEVANGENIS

NIEUWE WANDELING WAST ZICHZELF

Waar een wil is, is een weg. Dit was wat mijn vader me als lijfspreuk aanleerde. De man is ondertussen oud en spijtig genoeg overleden. 11 volle jaren zijn ondertussen voorbij (januari 2005) werd in de nieuwe basiswet bepaald dat het Normaliseringsprincipe in de gevangenis diende doorgevoerd te worden. Dit bevat ondermeer dat gedetineerden hun ‘privé’ burgerkledij mochten dragen. Na 11 jaar lukte men er nog steeds niet in dit – op verschillende plaatsen- te realiseren.

Men gaat naar zijn bezoek, advokaat, directie, JWW, PSD, Medische Dienst, kortom elke verplaatsing in modieuze zakken. Zijne overgrote maten gevangeniskledij. Het denigreert je persoonlijkheid tot een pak. Deze kledij maakt je een chainganger, een boef die verplicht dwangarbeid uitoefent. Zo voelt het toch, als een verlies van waardigheid. Een oude versleten zak. Ik verafschuw mezelf.

Hoe kun je een deftig gesprek voeren met een directielid als je er al uitziet als een landloper. Je wordt in een minderwaardige positie gebracht. Het stigma van de gevangene, de ondergeschikte, wordt nog groter op deze manier. Zij kunnen het relativeren en zijn het gewoon, ze zijn het in hun functie gewend. Maar het gaat niet om hoe zij erover denken, het gaat erom hoe wij ons daarbij voelen. Minderwaardig.

Waarom duurt het 11 jaar om zoiets op te lossen? Natuurlijk zijn er ‘ja maar praktische problemen’ maar 11 jaar?

Het kan wel bij de vrouwen en gelukkig voor hen. En als man mag je je eigen kledij dragen op cel. En wat denk je, wie doet de was van datgene wat je draagt op cel? Want dat is zogenaamd het probleem. Welnu ik denk dat alle lezers zullen snappen dat we zelf op cel onze was en plas doen. Dat is de praktijk hier. Dus 11 jaar heeft men nodig om iets op te lossen dat niet bestaat als probleem.

Het zit veel dieper. Ik noem dit niet willen. Er moet en zal ingeprent worden dat je ondergeschikt gevangene bent. Misschien is er geen kwaad opzet in het spel, misschien is het nalatigheid, het niet zo van belang vinden, ik geef ze het voordeel van de twijfel. Maar het is en blijft stigmatiserend als gevangene.

Directeuren, verzamel u en draai dat kleine knopje om. We kunnen best wel verder wassen op cel tot er een betere oplossing komt om de kledij te wassen. Een beetje plat deel ik dergelijke feiten in in de categorie van Onderbroekenlol. Het mag maar het kan niet…de windmolens (bezorgers van stroom) staan nog niet aan. Er is wel wind, maar geen stroom.

De redactie

POTPOURI

De Zevende Dag – Koen Geens – zondag 18 oktober 2015

Je zou het bijna de inleiding van een nieuwe song (zelfs een hit) kunnen noemen. ‘Vivons caché, vivons heureux’ of ‘Leef verborgen en gelukkig’. 

Zelfs Koen Geens zingt vrolijk mee.

Een korte noot op het programma en het voorstel van Geens: “Hoe hoog minister Geens opgeleid is, hoeveel ervaring hij heeft als professor, jurist en minister, hij heeft geen ervaring in gevangen zijn. Het is prachtig dat de minister zich laat bijstaan door eminente academici. Maar in de drie potpouries zit zo weinig humane zorg voor gedetineerden”.

GEENS: BOUWEN VAN GROTE COMPLEXEN IS DE OPLOSSING OM ALLE GEVANGENEN UITEINDELIJK DE BELOOFDE VIJF STERREN HOTELFUNCTIE TE GEVEN

GEDETINEERDEN: WIJ HEBBEN DAT NIET NODIG. WE KUNNEN BEST OP WATER EN BROOD LEVEN. WAT WE WEL NODIG HEBBEN IS RESPECT – RESPECT IN AL ZIJN VORMEN.

Manifest voor meer humane zorg in gevangenissen. Naast de bestaande iniatieven als bijvoorbeeld de Rode Antraciet en de psychosociale diensten, die al veel veranderen, is er nog veel budget en uitbreiding nodig van dit humane beleid om tot reële verandering te komen.

  1. Trajectbegeleiding: een vaste trajectbegeleider vanaf de eerste dag als ondersteuning en begeleiding in het proces
  2. Definitief invoeren van het Normaliseringsprincipe in al zijn vormen.
  3. Een nieuw cipierssysteem: 30 procent veiligheidspersoneel, 70 procent zorgpersoneel. Dit niet enkel onder de vorm van medische staf, eerder zorgfuncties en welzijnsopleidingen voor een deel van de cipiers.
  4. Effectief een waardegevoel geven aan de gedetineerde: bekrachtiging en empowerment door de aanwezige capaciteiten te benutten van de gedetineerden ipv vernedering en klein houden van de reeds zichzelf minderwaardig voelende gedetineerde.
  5. De overtuiging dat gedetineerden onverbeterbaar zijn, losgooien.

Het is niet de soort van gebouwen die bepalend zijn voor de kwaliteit van het detentiebeleid. Er is nood aan een mentaliteitswijziging, die steeds verder en verder voet aan wal moet krijgen en als een olievlek verspreid moet worden. De situatie nu zorgt er in vele gevallen voor dat het uitzitten van een straf geen enkele verbetering in de maatschappij teweegbrengt. Een maatschappij die zijn gevangen verwaarloost/niet graag ziet, ziet zichzelf niet graag. Een degelijk detentiebeleid waarin enkele punten van het manifest zouden (verdiepend) uitgewerkt worden, zou al een stap in de goede richting zijn. Het zou een positief resultaat bieden voor maatschappelijke preventie zijn en werkt ook curatief (genezend voor diegenen die delicten pleegden). De kans op hervallen is kleiner en de maatschappij draagt dit positief mee.

Zestig procent recidieve is ‘not done’ in onze maatschappij. Samen zijn we verantwoordelijk en samen kunnen we er iets aan doen. Degene die dit in handen heeft en niet meewerkt is even schuldig. We herhalen het refrein…

Potpouri 1 – potpouri 2 – potpouri 3…

Tweede maal.. .

Heer kom tot ons en verlicht onze geesten

Een gedetineerde met hersenbrand

De redactie